Zzp'ers in de zorg: wat als de nieuwe wet hen buitensluit?
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Een nieuw wetsvoorstel voor de Zelfstandigewet zet de positie van zzp'ers in de zorg op scherp. Wat betekent dat voor verpleegkundigen, ouderen en de zorg als geheel?
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Thierry Aartsen, heeft een nieuw wetsvoorstel voor de Zelfstandigewet gepubliceerd. In de kern gaat het om één grote vraag: kunnen zzp'ers in de zorg nog wel blijven werken zoals ze nu doen? Aartsen lijkt daar zelf zijn twijfels over te hebben. Hij noemt het onwaarschijnlijk dat verpleegkundigen kunnen voldoen aan de criteria die zijn wetsvoorstel stelt.
Dat is nogal wat. Want de zorg draait op dit moment voor een flink deel op zelfstandigen. Denk aan gespecialiseerde verpleegkundigen, wijkverpleegkundigen en verzorgenden die bewust kiezen voor flexibiliteit. Zij vullen gaten op die vaste teams niet altijd kunnen dichten. Als zij straks buiten de boot vallen, voelen we dat allemaal.
### Waarom de Zelfstandigewet zo gevoelig ligt
De Zelfstandigewet moet schijnzelfstandigheid aanpakken. Het idee: werkgevers mogen mensen niet meer inhuren als zzp'er terwijl ze eigenlijk gewoon werknemer zijn. Op zich een logische gedachte. Niemand zit te wachten op constructies waarbij mensen zekerheden mislopen.
Maar de zorg is een bijzondere sector. Werkritmes zijn onvoorspelbaar, cliënten wonen verspreid en de vraag naar zorg piekt op momenten die je niet altijd vooruit plant. Een zzp'er die drie dagen per week bij verschillende cliënten thuis zorg verleent, past niet netjes in een vast dienstverband. Toch moet diegene volgens het wetsvoorstel aan strikte criteria voldoen om zelfstandige te blijven.
En daar wringt de schoen. Want hoe meer eisen je stapelt, hoe minder aantrekkelijk het wordt om als zelfstandige in de zorg te werken. Sommige verpleegkundigen zeggen nu al: als dit doorgaat, stop ik ermee.
### Wat betekent dit voor ouderen en hun zorg?
Laten we eerlijk zijn: dit raakt niet alleen de zzp'er. Het raakt iedereen die zorg nodig heeft. Juist ouderen die thuis blijven wonen, leunen vaak op vaste gezichten. Een wijkverpleegkundige die elke week langskomt, die weet hoe het gaat, die vertrouwd voelt. Als die persoon verdwijnt omdat de wet het werk onaantrekkelijk maakt, voelen ouderen dat direct.
De vraag is dus niet alleen juridisch. Het is ook een vraag over menselijkheid. Over continuïteit. Over of we het ons kunnen permitteren om flexibele krachten weg te duwen uit een sector die ze hard nodig heeft.
> De zorg is nog lang niet klaar met zzp'ers. Sterker nog: zonder hen wordt het gat alleen maar groter.
### Wat kun je als professional doen?
Als je in de zorg werkt of beleid maakt, is dit het moment om mee te denken. Een paar praktische punten:
- Volg de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer en reageer via officiële consultatierondes.
- Denk na over hybride modellen, waarbij zzp'ers en vaste krachten elkaar aanvullen in plaats van concurreren.
- Bespreek met ouderen en hun families welke zorg zij echt nodig hebben, en hoe die het beste geleverd kan worden.
- Kijk kritisch naar tarieven. Een zzp'er die €60 per uur vraagt, is niet duur als daarmee continuïteit en kwaliteit geborgd blijven.
### De kern van de zaak
Aartsen heeft gelijk dat schijnzelfstandigheid aangepakt moet worden. Maar een wet die te streng uitpakt, gooit het kind met het badwater weg. De zorg heeft flexibiliteit nodig. Ouderen hebben vertrouwde gezichten nodig. En zzp'ers hebben duidelijkheid nodig over waar ze aan toe zijn.
De komende maanden wordt duidelijk of het wetsvoorstel ruimte laat voor die realiteit. Tot die tijd blijft één ding staan: de zorg is nog lang niet klaar met zzp'ers. En misschien moeten we daar vooral dankbaar voor zijn.