Zorgtransformatie: Waarom de bankier gelijk heeft over preventie

·
Luister naar dit artikel~4 min
Zorgtransformatie: Waarom de bankier gelijk heeft over preventie

Rabobank-topman Michel van Schaik waarschuwt dat de zorgtransformatie niet alleen aan de zorg kan worden overgelaten. Ontdek waarom preventie en samenwerking essentieel zijn voor de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg.

De Nederlandse gezondheidszorg staat voor een van de grootste uitdagingen van deze eeuw. De kosten stijgen, de zorgvraag neemt toe en het aantal zorgverleners neemt af. Het is een recept voor een systeem dat op termijn niet meer houdbaar is. Toch blijft de discussie vaak hangen in symptoombestrijding. We praten over wachtlijsten, over werkdruk en over budgetten, maar zelden over de kern van het probleem. Michel van Schaik, topman bij Rabobank, gooit de knuppel in het hoenderhok. Zijn boodschap is helder: de zorgtransformatie mag niet langer alleen de verantwoordelijkheid zijn van de zorgsector zelf. De uitdagingen zijn te groot, te complex en te veelomvattend om binnen de grenzen van ziekenhuizen en huisartsenpraktijken op te lossen. ### De rol van preventie in de toekomst van zorg Van Schaik pleit voor een fundamentele omslag. In plaats van te belonen voor behandeling, zou het zorgstelsel moeten belonen voor gezondheid en preventie. Dat klinkt logisch, maar het is een radicale verandering. Op dit moment verdient de zorg vooral geld aan het genezen van ziektes, niet aan het voorkomen ervan. De prikkels staan dus verkeerd. Stel je voor: een zorgstelsel waarin een huisarts wordt beloond als zijn patiënten gezonder blijven. Waarin een gemeente wordt gestimuleerd om beweging in de wijk te bevorderen. Waarin technologie wordt ingezet om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, in plaats van ze op te nemen in een duur zorgcentrum. Dat is de zorgtransformatie waar Van Schaik op doelt. De transitie is echter niet eenvoudig. Het vraagt om samenwerking tussen partijen die elkaar niet altijd goed kennen. Zorgverzekeraars, gemeenten, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en technologiebedrijven moeten de handen ineenslaan. Op dit moment werken ze nog te vaak langs elkaar heen. ### Hindermacht in de zorg Van Schaik heeft het over een 'hindermacht in de zorg' die de transformatie blokkeert. Daarmee bedoelt hij de verzameling van regels, belangen en gewoontes die verandering in de weg staan. Denk aan: - **Versnipperde wetgeving** die innovatie vertraagt - **Financiële prikkels** die behandeling boven preventie stellen - **Angst voor verandering** bij zorgprofessionals en bestuurders - **Gebrek aan digitale vaardigheden** bij een deel van de zorgverleners Deze hindermacht is niet per se het gevolg van kwade wil. Het is het resultaat van een systeem dat decennialang is ingericht op stabiliteit, niet op flexibiliteit. Het probleem is dat stabiliteit in een tijd van snelle veranderingen al snel verandert in starheid. ### Wat betekent dit voor ouderen en hun naasten? Voor ouderen en hun familie heeft deze discussie directe gevolgen. De zorgtransformatie gaat namelijk ook over de vraag hoe we ouderen ondersteunen om langer zelfstandig thuis te wonen. Persoonlijke alarmsystemen spelen daarin een cruciale rol. Ze bieden niet alleen veiligheid, maar ook gemoedsrust voor zowel de oudere als de mantelzorger. Een persoonlijk alarm is een voorbeeld van preventieve zorg. Het voorkomt dat een val leidt tot urenlang op de grond liggen, wat vaak de opmaat is naar een ziekenhuisopname. Het stelt ouderen in staat om zelfvertrouwen te houden en actief te blijven, ook als ze alleen wonen. De vraag is dan ook niet of we deze technologie moeten omarmen, maar hoe we het toegankelijk maken voor iedereen die het nodig heeft. Dat vraagt om investeringen, maar ook om een andere manier van denken. Niet langer: wat kost het? Maar: wat levert het op? ### Een gezamenlijke verantwoordelijkheid De boodschap van Van Schaik is duidelijk: de zorgtransformatie is geen zaak van de zorg alleen. Het is een maatschappelijke opgave die ons allemaal aangaat. Banken kunnen investeren in innovatieve zorgconcepten. Gemeenten kunnen wijken zo inrichten dat ze beweging stimuleren. Werkgevers kunnen bijdragen aan de vitaliteit van hun medewerkers. De zorg van de toekomst is geen gebouw waarin we zieken opnemen. Het is een netwerk van preventie, ondersteuning en zorg die dicht bij huis wordt georganiseerd. Het vraagt om lef, om samenwerking en om het doorbreken van de hindermacht. De vraag is niet óf we deze transitie moeten maken, maar hoe snel we het voor elkaar krijgen. Want elke dag dat we wachten, wordt de opgave groter. En dat is een rekening die we uiteindelijk allemaal betalen.