Waarom zorgbestuurders straks niet meer alleen voor de crisis staan

·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom zorgbestuurders straks niet meer alleen voor de crisis staan

Zorgbestuurders stonden tijdens corona voor een onmogelijke dubbeltaak: de organisatie draaiende houden én een crisisorganisatie opzetten. De Nationale Zorgreserve biedt nu uitkomst met ervaren bestuurders die kunnen inspringen.

In de covid-tijd zijn we eigenlijk overvallen. Dat vertelt Charlotte de Schepper, bestuurder van de Nationale Zorgreserve, zonder omwegen. Zorgbestuurders moesten destijds niet alleen de reguliere organisatie draaiende houden, maar gelijktijdig een complete crisisorganisatie optuigen. "Dat zijn eigenlijk bijna wel twee of drie banen in één geweest." Die uitspraak raakt precies waar het pijn doet. Want wie leidinggeeft aan een zorginstelling, weet dat elke dag telt. Patiënten rekenen op je, medewerkers kijken naar je, en de financiën moeten kloppen. En dan ineens, zonder waarschuwing, komt er een crisis bovenop. De pandemie heeft dat genadeloos blootgelegd. ### De dubbele pet die niemand zag aankomen Vóór corona hadden de meeste bestuurders hun taken netjes verdeeld. Er was een plan voor noodgevallen, maar niemand had echt geoefend met een situatie die maandenlang duurde. Toen de eerste golf binnenkwam, werd alles anders. Vergaderingen gingen door tot diep in de nacht, protocollen moesten in hoog tempo worden geschreven, en tegelijkertijd bleef de gewone zorg doordraaien. Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk is het een enorme opgave. Stel je voor dat je een restaurant runt en ineens ook verantwoordelijk bent voor de voedselveiligheid van het hele land. Zo voelde het voor veel bestuurders. Ze moesten schakelen tussen operationele beslissingen en strategische keuzes, vaak zonder dat er iemand klaarstond om hen te ontlasten. ### De Nationale Zorgreserve als vangnet Daarom is er nu de Nationale Zorgreserve. Het idee is simpel maar doeltreffend: een pool van ervaren bestuurders die bij een crisis kunnen inspringen. Niet om de dagelijkse leiding over te nemen, maar om de top van zorginstellingen te ontlasten. Zo kunnen zij zich focussen op wat echt belangrijk is: de zorg voor mensen. De reserve bestaat uit mensen die het vak kennen. Ze hebben zelf jarenlang leidinggegeven aan zorgorganisaties en weten dus precies waar ze mee te maken krijgen. Dat maakt het verschil. Het is geen groep adviseurs die vanaf afstand meekijkt, maar een team dat direct kan meedenken en meewerken. ### Wat betekent dit voor de praktijk? Voor zorgbestuurders betekent dit vooral rust. Rust om beslissingen te nemen, rust om naar hun mensen te luisteren, en rust om fouten te mogen maken zonder dat alles instort. Want laten we eerlijk zijn: in een crisis maak je fouten. Dat hoort erbij. Maar als je er alleen voor staat, kan één verkeerde keuze grote gevolgen hebben. Met de reserve heb je iemand naast je die al eens door zo'n storm is gegaan. Die zegt: "Ik heb dit eerder meegemaakt, dit werkt wel, dat juist niet." Die ervaring is goud waard. En het mooie is dat de reserve niet alleen bedoeld is voor grote ziekenhuizen, maar ook voor kleinere instellingen die vaak minder vangnet hebben. ### Een les uit de crisis De covid-periode heeft ons veel geleerd, maar de belangrijkste les is misschien wel dat we niet moeten wachten op de volgende crisis. De Nationale Zorgreserve is daar een direct antwoord op. Het is geen papieren plan, maar een concreet vangnet dat klaarstaat wanneer het nodig is. Natuurlijk hopen we allemaal dat het nooit zover komt. Maar als het toch gebeurt, dan hoeft geen enkele bestuurder meer alleen te staan. Dat is niet alleen goed nieuws voor hen, maar ook voor iedereen die zorg nodig heeft. Want uiteindelijk draait het daar om: dat de zorg blijft draaien, zelfs als alles op zijn kop staat. Dus ja, de covid-tijd was een wake-upcall. Maar het heeft ook iets moois opgeleverd: een structuur die ervoor zorgt dat we de volgende keer beter voorbereid zijn. En dat is precies wat we nodig hebben in een wereld waarin crises helaas niet meer weg te denken zijn.