Als zorg niet werkt, waarom geven we 'm dan toch?
Margriet Bos Ā·
Luister naar dit artikel~4 min

Waarom krijgen patiƫnten soms zorg waarvan bekend is dat die niet werkt? Hoogleraar Sjoerd Repping pleit voor een cultuuromslag: van individuele vrijheid naar collectieve sturing, gebaseerd op bewijs.
Stel je voor: je krijgt een behandeling die niet blijkt te werken. Je arts weet dit eigenlijk ook wel. Toch gaat de behandeling door. Klinkt dat niet vreemd? Nou, het gebeurt vaker dan je denkt.
Professor Sjoerd Repping, eerst hoogleraar voortplantingsgeneeskunde, merkte dit zelf ook op. Hij zei: āAls we weten dat zorg niet werkt, blijven we die vaak toch geven.ā Dat zette hem aan het denken. Want hoe kunnen we nu goede zorg leveren als we niet precies weten wat werkt en wat niet?
### Van voortplanting naar zinnige zorg
In 2019 nam Repping een bijzondere stap. Hij werd hoogleraar Zinnige Zorg bij het Amsterdam UMC. Daarnaast werd hij voorzitter van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik, afgekort tot ZE&GG. Een complete carriĆØreswitch? Niet helemaal. Het ging hem nog steeds om kwaliteit, alleen nu van de gehele zorgketen.
Zijn achtergrond in de voortplantingsgeneeskunde gaf hem een scherp oog voor precisie en effectiviteit. Want bij vruchtbaarheidsbehandelingen moet je goed weten wat wel en niet werkt. Diezelfde precisie wilde hij naar de bredere zorg brengen.
### Waarom geven we zorg die niet werkt?
Dat is de kernvraag. Repping wijst op drie belangrijke oorzaken:
- **Vaagheid**: We zijn niet altijd helder over wat een behandeling precies moet bereiken.
- **Vrijheid**: Artsen hebben veel professionele ruimte, maar dat kan leiden tot grote verschillen in behandeling.
- **Autonomie**: De wens van de patiƫnt staat centraal, soms zelfs als bewijs ontbreekt dat de gewenste behandeling helpt.
āWe moeten af van vaagheid, vrijheid en autonomie, naar collectieve sturing,ā stelt Repping. Dat klinkt misschien streng, maar het gaat om het delen van kennis. Als we collectief weten wat de beste aanpak is, kunnen we die ook collectief toepassen.
### Wat betekent collectieve sturing in de praktijk?
Het is geen top-down dictaat van hoe alles moet. Het gaat veel meer om het creƫren van heldere kaders gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. Stel dat uit onderzoek blijkt dat behandeling A beter werkt dan behandeling B voor een bepaalde aandoening. Dan zou behandeling A de eerste keuze moeten worden, tenzij er specifieke redenen zijn om voor B te kiezen.
Dit zorgt voor:
- Meer gelijkheid tussen patiƫnten
- Betere uitkomsten op basis van bewezen methodes
- Minder verspilling van middelen en tijd
Het is een shift van āik beslis wat het beste is voor mijn patiĆ«ntā naar āwij weten samen wat het beste werkt voor deze groep patiĆ«ntenā.
### De uitdaging van verandering
Zoān cultuuromslag gaat niet vanzelf. Artsen zijn gewend om op basis van hun expertise en de individuele situatie te beslissen. Het idee van ācollectieve sturingā kan voelen als een inperking van die professionele ruimte.
Repping begrijpt die weerstand wel. Het gaat er volgens hem niet om de arts buiten spel te zetten, maar om de arts beter toe te rusten. Door duidelijke, gedeelde richtlijnen heeft de arts meer houvast. En de patiƫnt krijgt de zorg die de hoogste kans op succes heeft.
### Een blik op de toekomst
Het werk van Repping en het ZE&GG-programma draait om een fundamentele vraag: hoe maken we zorg niet alleen goedbedoeld, maar ook echt effectief? Het gaat om het verbinden van wetenschap met de dagelijkse praktijk. Om het durven loslaten van gewoontes die āaltijd zo gedaan zijnā, maar waarvan het nut niet bewezen is.
Uiteindelijk is het doel simpel: dat elke patiƫnt de zorg krijgt die het meest waarschijnlijk gaat helpen. Geen experimenten, geen gokjes, maar onderbouwde keuzes. Dat lijkt een logisch streven, maar de weg ernaartoe vraagt om moed, transparantie en een gezamenlijke inspanning van iedereen in de zorg.