Ziekenhuiszorg op de schop: wat minister Hermans nu echt wil
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~3 min

Minister Hermans wil laagcomplexe zorg spreiden terwijl hoogcomplexe zorg wordt geconcentreerd. Ze noemt ook de obstakels in de ziekenhuisbekostiging. Wat betekent dat voor de praktijk?
Minister Hermans van VWS wil dat de spreiding van laagcomplexe zorg een vaste plek krijgt bij het verder concentreren van hoogcomplexe zorg. Dat zei ze tijdens het Kamerdebat over ziekenhuiszorg op 7 oktober. Kort gezegd: de moeilijke, zeldzame behandelingen blijven in gespecialiseerde centra, terwijl de eenvoudigere zorg juist dichter bij huis beschikbaar moet blijven.
Dat klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. Want wie bepaalt wat "laagcomplex" is? En hoe voorkom je dat patiënten alsnog kilometers moeten rijden voor iets simpels als een controle of een kleine ingreep?
### Waarom spreiding net zo belangrijk is als concentratie
Concentratie van hoogcomplexe zorg is al jaren beleid. Denk aan complexe kankeroperaties of zeldzame hartchirurgie: die horen in een beperkt aantal topcentra thuis, omdat oefening en volume de kwaliteit bepalen. Maar dat mag niet betekenen dat de basiszorg verdwijnt uit de regio.
Hermans wil daarom dat spreiding expliciet wordt meegenomen in de plannen. Niet als bijzaak, maar als voorwaarde. Want als alle zorg naar een paar grote steden trekt, betalen patiënten in de periferie de rekening met reistijd, gemiste werkuren en vermoeidheid.
### De bekostiging als echte struikelblok
Een tweede punt dat ze aankaartte: de obstakels in de ziekenhuisbekostiging naar passende zorg. Het systeem beloont nu vaak volume en dure behandelingen, terwijl passende zorg soms juist betekent dat je iets níet doet. Of dat je een patiënt lokaal behandelt in plaats van door te sturen.
- Ziekenhuizen krijgen betaald per verrichting, niet per goede uitkomst.
- Samenwerking tussen regio's wordt soms financieel afgestraft.
- Passende zorg vraagt om andere afspraken dan het huidige declaratiemodel.
Daar zit de echte spanning. Je kunt wel willen dat zorg dichterbij blijft, maar als de geldstroom de andere kant op wijst, gebeurt het niet.
### Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor ouderen en hun families is de boodschap dubbel. Enerzijds blijft de beste, meest complexe zorg geconcentreerd in gespecialiseerde centra. Anderzijds moet de dagelijkse zorg — controles, chronische behandeling, revalidatie — juist bereikbaar blijven in de eigen omgeving.
> "Spreiding van laagcomplexe zorg moet nadrukkelijk een plek krijgen bij verdere concentratie van hoogcomplexe zorg." — Minister Hermans, Kamerdebat 7 oktober
Dat raakt ook aan persoonsalarmering en veiligheid thuis. Als ziekenhuiszorg verder weg komt te liggen, wordt het des te belangrijker dat mensen zich thuis veilig voelen. Een persoonlijk alarmsysteem kan dan het verschil maken tussen zelfstandig blijven wonen en eerder verhuizen naar een instelling.
### Waar het nu op aankomt
De woorden van de minister zijn helder, maar de uitvoering wordt het lastige deel. De komende periode draait het om de vraag of bekostiging, regiovisies en patiëntenbelangen echt op één lijn komen. Anders blijft het bij goede intenties.
Voor professionals in persoonsalarmering en ouderenzorg is dit het moment om mee te denken. Want hoe de ziekenhuiszorg ook wordt georganiseerd, de behoefte aan veiligheid en nabije ondersteuning thuis verdwijnt niet. Sterker nog: die wordt alleen maar groter.