Winstuitkeringsverbod in de zorg: schijnzekerheid of echte bescherming?
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Het winstuitkeringsverbod in de zorg geldt slechts voor een deel van de sector en is eenvoudig te omzeilen via onderaanneming. Wat betekent dat voor de praktijk?
Het winstuitkeringsverbod in de zorg. Je hoort er veel over, maar wat betekent het nu echt? En belangrijker: biedt het de bescherming die we denken? Laten we eerlijk zijn: de werkelijkheid is weerbarstiger dan de theorie.
### Voor wie geldt het verbod eigenlijk?
Het huidige winstuitkeringsverbod is van toepassing op een beperkt deel van de zorgsector. Concreet gaat het om medisch-specialistische zorg en intramurale Wlz-zorg. Voor andere zorgsectoren, zoals de huisartsenzorg, geestelijke gezondheidszorg of langdurige zorg thuis, geldt dit verbod niet of slechts gedeeltelijk.
Dat roept een interessante vraag op: als het verbod maar voor een deel van de sector geldt, hoe effectief is het dan als beschermingsmechanisme? Het antwoord is genuanceerd. Het verbod is bedoeld om te voorkomen dat winstmaximalisatie de kwaliteit van zorg aantast. Maar als het slechts een deel van de markt raakt, ontstaat er een ongelijk speelveld.
### De onderaannemingsstructuur: een juridische maas in de wet
Wat het nog complexer maakt, is dat het verbod eenvoudig – en juridisch toelaatbaar – gepasseerd kan worden met een onderaannemingsstructuur. Stel: een zorginstelling besteedt bepaalde diensten uit aan een onderaannemer. Die onderaannemer is geen zorginstelling in de zin van de wet en mag dus wél winst uitkeren aan aandeelhouders.
> “Voor wie dat wil, geldt dus geen winstuitkeringsverbod.”
Dat is geen theoretisch scenario. Het gebeurt in de praktijk. En het is niet per se illegaal. Maar het ondermijnt wel het doel van de regeling. Als je als wetgever wilt voorkomen dat winst de zorg kwalitatief uitholt, dan is een verbod dat zo eenvoudig omzeild kan worden, een tandeloze tijger.
### Wat betekent dit voor de dagelijkse zorgpraktijk?
Voor jou als professional in de zorg – of je nu bestuurder bent, beleidsmaker of zorgverlener – heeft dit concrete gevolgen:
- **Ongelijke concurrentie**: instellingen die onder het verbod vallen, kunnen minder flexibel opereren dan instellingen die dat niet doen.
- **Risico op verkapte winstuitkering**: via slimme constructies kan toch winst worden uitgekeerd, zonder dat dit transparant is.
- **Toezicht wordt lastiger**: de onderaannemingsstructuur maakt het voor toezichthouders moeilijker om zicht te houden op geldstromen.
Aan de andere kant: het verbod biedt ook voordelen. Het voorkomt dat zorginstellingen worden leeggezogen door investeerders die alleen oog hebben voor rendement. Het beschermt de continuïteit van zorg in kwetsbare sectoren.
### Is er een betere oplossing?
Misschien moeten we af van de zwart-witbenadering. In plaats van een verbod dat slechts een deel van de sector dekt en makkelijk te omzeilen is, zou een breder kader beter werken. Denk aan transparantieverplichtingen voor alle zorgaanbieders, ongeacht hun rechtsvorm. Of een systeem waarbij winstuitkering is toegestaan, maar alleen onder strikte voorwaarden van kwaliteitsbehoud en transparantie.
Landen om ons heen worstelen met dezelfde vraag. In Duitsland en Denemarken bestaan verschillende modellen. Nederland kiest nu voor een beperkt verbod, maar de effectiviteit ervan staat ter discussie.
### Conclusie: scherp geschut of hagelschot?
Het winstuitkeringsverbod zoals het nu is, lijkt meer op hagelschot dan op scherp geschut. Het raakt een deel van de sector, maar laat grote gaten vallen. Voor wie de regels wil omzeilen, biedt de onderaannemingsstructuur een eenvoudige uitweg.
Dat betekent niet dat het verbod nutteloos is. Het signaleert een maatschappelijke norm: zorg is geen gewone markt. Maar als we echt willen dat winst geen negatieve invloed heeft op zorgkwaliteit, zullen we verder moeten kijken dan een partieel verbod. Transparantie, goed toezicht en slimme regelgeving zijn minstens zo belangrijk.
Wil je hierover meepraten? De discussie over de toekomst van de zorg is er een die ons allemaal aangaat.