Winstuitkeringsverbod: Een Papieren Tijger in de Zorg?

·
Luister naar dit artikel~4 min
Winstuitkeringsverbod: Een Papieren Tijger in de Zorg?

Het winstuitkeringsverbod in de zorg geldt slechts voor een klein deel van de sector en is eenvoudig te omzeilen via onderaanneming. Wat betekent dat voor de praktijk?

Het winstuitkeringsverbod in de zorg: het klinkt als een stevige regel die oneigenlijke winsten moet voorkomen. Maar schijn bedriegt. Want wist je dat dit verbod slechts voor een klein deel van de zorgsector geldt? En dat je het – volkomen legaal – kunt omzeilen met een onderaannemingsconstructie? Tijd om eens kritisch te kijken naar wat dit verbod echt betekent. ### Voor wie geldt het verbod eigenlijk? Het winstuitkeringsverbod is van toepassing op een beperkt deel van de zorgsector. Concreet gaat het om: - Medisch-specialistische zorg (denk aan ziekenhuizen en specialistenpraktijken) - Intramurale Wlz-zorg (zorg met verblijf in een instelling) Voor andere zorgsectoren, zoals de huisartsenzorg, geestelijke gezondheidszorg (ggz), verpleeghuiszorg zonder verblijf, of particuliere klinieken, geldt dit verbod niet. Daar mogen zorgaanbieders dus gewoon winst uitkeren aan aandeelhouders of eigenaren. Dat roept de vraag op: is dat erg? Winst maken in de zorg is niet per definitie slecht. Het kan zelfs nodig zijn om te investeren in betere apparatuur, meer personeel of innovatieve behandelingen. Maar het wordt problematisch als winstmaximalisatie ten koste gaat van de kwaliteit van zorg. ### De onderaannemingsroute: een maas in de wet Zelfs binnen de sectoren waar het verbod geldt, is er een eenvoudige manier om het te omzeilen. Juridisch volledig toegestaan: de onderaannemingsstructuur. Stel, een ziekenhuis besteedt een deel van zijn diensten uit aan een externe partij. Die partij is geen zorginstelling in de zin van de wet, dus voor hen geldt het winstuitkeringsverbod niet. Het ziekenhuis betaalt facturen aan deze onderaannemer, die vervolgens winst kan uitkeren aan zijn eigenaren. Zo sijpelt er toch geld naar investeerders, zonder dat het verbod wordt overtreden. Is dat oneerlijk? Niet per se. Het is een logisch gevolg van hoe de wet is opgesteld. Maar het maakt het verbod wel tandeloos. Want voor wie echt winst wil maken, is er altijd een weg. > “Het winstuitkeringsverbod is als een hek met een open poort. Iedereen die naar binnen wil, wandelt er gewoon doorheen.” ### Wat betekent dit voor de praktijk? Voor zorgprofessionals en bestuurders is het belangrijk om te beseffen dat het verbod niet zoveel voorstelt als het lijkt. Als je werkt in een sector waar het verbod geldt, kun je nog steeds via slimme constructies winst realiseren. Maar moet je dat willen? Het gaat uiteindelijk om de intentie. Winst maken om de zorg te verbeteren is iets anders dan winst maken om de kas van aandeelhouders te spekken. Zolang het geld maar ten goede komt aan de patiënt, is er weinig aan de hand. Toch blijft het een grijs gebied. Want wie controleert of die winst daadwerkelijk wordt geherinvesteerd? En wat als een onderaannemer besluit om de winst in eigen zak te steken? ### Conclusie: scherp geschut of hagelschot? Het winstuitkeringsverbod is eerder hagelschot dan scherp geschut. Het raakt een deel van de sector, maar laat genoeg ruimte voor ontwijking. Voor professionals in de zorg betekent dit dat je je bewust moet zijn van de beperkingen en de mogelijkheden. Wil je winst uitkeren? Dan zijn er wegen. Maar de ethische vraag blijft: is het in het belang van de patiënt? Misschien is het tijd om het verbod opnieuw tegen het licht te houden. Niet om het strenger te maken, maar om het eerlijker te maken. Want een verbod dat je met een simpele truc kunt omzeilen, is geen verbod. Het is een formaliteit.