Waarom zorgpersoneel niet meer uren wil werken ondanks alle goede bedoelingen
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Ondanks alle goede bedoelingen om zorgmedewerkers meer uren te laten werken, stagneert de deeltijdfactor al zes jaar. Ontdek waarom het niet van de grond komt en wat er nodig is om dit te veranderen.
Je hoort het overal: we moeten meer handen aan het bed. Zorgmedewerkers moeten meer uren gaan maken om de druk op de sector te verlichten. Klinkt logisch, toch? Toch blijkt uit de nieuwste cijfers dat de deeltijdfactor in de zorg al zes jaar stagneert. En dat terwijl het enthousiasme om uren uit te breiden groot is. Wat gaat er mis?
Laten we even stilstaan bij wat die cijfers precies zeggen. De deeltijdfactor – het gemiddeld aantal gewerkte uren per week per werknemer – beweegt al jaren niet. Zes jaar lang blijft het hangen op hetzelfde niveau. Ondanks campagnes, beleid en goede intenties. Het is een beetje alsof je tegen een muur praat. Iedereen wil vooruit, maar niemand komt verder.
### Waarom willen zorgmedewerkers niet meer uren maken?
Het is makkelijk om te denken dat het aan de wil ligt. Maar dat is te simpel. Uit gesprekken met zorgprofessionals blijkt dat er een aantal hardnekkige obstakels zijn:
- **Werkdruk en burn-outrisico**: Veel medewerkers werken nu al op hun maximale kunnen. Meer uren betekent nog minder tijd voor herstel.
- **Onvoorspelbare roosters**: Wie weet of je volgende week wel dezelfde vrije dagen hebt? Dat maakt het plannen van privéleven lastig.
- **Salaris versus inspanning**: De beloning is vaak niet in verhouding tot de extra uren. Meer werken levert niet altijd evenredig meer op.
- **Zorgtaken thuis**: Vooral vrouwen in de zorg combineren hun baan met mantelzorg of opvoeding. Dat vraagt al genoeg tijd.
Het is dus niet een kwestie van 'niet willen', maar van 'niet kunnen' of 'niet durven'. En dat is een belangrijk nuanceverschil.
### Wat zeggen de cijfers precies?
De stagnatie van de deeltijdfactor is geen nieuw fenomeen. Al sinds 2018 beweegt de gemiddelde werkweek in de zorg niet of nauwelijks. In 2023 lag de factor op ongeveer 28,5 uur per week. Dat is ver onder de 36 uur die in veel cao's als fulltime geldt.
> "We hebben het al jaren over urenuitbreiding, maar de praktijk is weerbarstig. Het is alsof we een marathon lopen zonder ooit de finish te zien." – Anonieme zorgmanager
Deze cijfers zijn niet alleen een weerspiegeling van individuele keuzes, maar ook van systeemproblemen. Denk aan:
- **Gebrek aan flexibiliteit**: Vaste contracten bieden vaak weinig ruimte voor maatwerk.
- **Onderbezetting**: Als er te weinig collega's zijn, voelt elke extra uur als een last.
- **Onvoldoende ondersteuning**: Zonder goede begeleiding en middelen is meer werken niet aantrekkelijk.
### Wat kunnen we eraan doen?
Als we de deeltijdfactor echt willen verhogen, moeten we anders denken. Niet alleen focussen op 'meer uren', maar op betere omstandigheden. Enkele ideeën:
- **Maak roosters voorspelbaarder**: Geef medewerkers meer zeggenschap over hun uren.
- **Investeer in vitaliteit**: Bied coaching, loopbaanbegeleiding en hersteltijd.
- **Pas beloning aan**: Zorg dat extra uren financieel aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld met bonussen of toeslagen.
- **Creëer deeltijd-plus constructies**: Denk aan contracten van 28 tot 32 uur die voordelen bieden van fulltime werk.
Het is niet eenvoudig, maar het is wel nodig. Want de zorg staat onder druk, en elke niet-gewerkte extra uur is een gemiste kans voor patiënten en cliënten.
### Tot slot
De stagnatie van de deeltijdfactor is een signaal. Het zegt dat we niet alleen moeten kijken naar de hoeveelheid werk, maar ook naar de kwaliteit van het werk. Zorgmedewerkers zijn geen robots. Ze zijn mensen met grenzen, dromen en verplichtingen. Als we hen willen motiveren om meer uren te draaien, moeten we die menselijke kant serieus nemen.
Dus de volgende keer dat iemand zegt: 'Waarom werken ze niet gewoon meer uren?', denk dan aan de complexe realiteit achter die vraag. Het antwoord is niet zwart-wit, maar het begint met luisteren en begrijpen.