Waarom zorgmedewerkers niet meer uren gaan werken ondanks alle goede bedoelingen
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Ondanks alle projecten en enthousiasme blijft het aantal uren dat zorgmedewerkers werken al zes jaar steken. Ontdek waarom de deeltijdfactor niet stijgt en wat er nodig is om dit te veranderen.
Het klinkt zo logisch: we hebben meer handen aan het bed nodig, dus laten we bestaande zorgmedewerkers vragen om wat vaker te komen. De politiek, zorginstellingen en vakbonden zijn er al jaren mee bezig. Maar de cijfers laten iets anders zien. Al zes jaar lang blijft het aantal uren dat een gemiddelde zorgmedewerker werkt steken op hetzelfde niveau. Er is veel enthousiasme over projecten om de deeltijdfactor te verhogen, maar het lukt maar niet om dat van de grond te krijgen.
Het probleem zit hem niet in een gebrek aan wil. Zorgmedewerkers zijn vaak bereid om meer te werken, maar ze worden geconfronteerd met praktische obstakels. Denk aan onregelmatige roosters, gebrek aan kinderopvang, of simpelweg de wens om een goede balans tussen werk en privé te houden. Het is een complex vraagstuk dat niet met een simpele oplossing is op te lossen.
### Waarom de deeltijdfactor niet stijgt
Uit de nieuwste cijfers blijkt dat de gemiddelde deeltijdfactor in de zorg al zes jaar rond de 0,7 fte schommelt. Dat betekent dat een zorgmedewerker gemiddeld 70 procent van een fulltime dienstverband werkt. Dit is al jaren hetzelfde, ondanks alle inspanningen. Er zijn verschillende redenen waarom dit niet lukt:
- **Onregelmatige roosters**: Veel zorgmedewerkers werken in ploegendiensten, wat het lastig maakt om een vast schema te hebben. Dit kan leiden tot vermoeidheid en een slechte werk-privébalans.
- **Gebrek aan flexibiliteit**: Werkgevers bieden niet altijd de mogelijkheid om uren aan te passen aan de persoonlijke situatie van de medewerker.
- **Hoge werkdruk**: De zorg is een veeleisende sector. Meer uren werken kan leiden tot een nog hogere werkdruk, wat niet aantrekkelijk is.
- **Financiële prikkels**: Soms is het financieel niet aantrekkelijk om meer te werken, bijvoorbeeld door belastingregels of het verlies van toeslagen.
Deze factoren samen zorgen ervoor dat veel zorgmedewerkers liever in deeltijd blijven werken. Het is een vicieuze cirkel: een hogere werkdruk leidt tot minder motivatie om meer uren te maken, en dat versterkt het tekort aan personeel.
### Wat er al is geprobeerd
Er zijn de afgelopen jaren talloze projecten gestart om de deeltijdfactor te verhogen. Denk aan:
- **Campagnes** die medewerkers aanmoedigen om meer uren te werken.
- **Flexibele roosters** die beter aansluiten bij de wensen van medewerkers.
- **Opleidingsprogramma's** om medewerkers te helpen doorgroeien naar een fulltime functie.
- **Financiële bonussen** voor wie meer uren maakt.
Toch hebben deze initiatieven weinig effect gehad. De cijfers blijven hardnekkig gelijk. Het lijkt erop dat de oplossing niet alleen bij de medewerkers ligt, maar ook bij de organisatie van de zorg zelf. De zorgsector heeft te maken met een hoge werkdruk, een vergrijzende bevolking en een tekort aan personeel. Dat maakt het lastig om structurele veranderingen door te voeren.
### Wat kunnen we doen?
Om de deeltijdfactor echt te verhogen, moeten we verder kijken dan alleen de medewerker. Het gaat om een systeemverandering. Enkele ideeën:
- **Betere kinderopvang**: Zorgmedewerkers hebben vaak geen flexibele kinderopvang die aansluit bij onregelmatige diensten.
- **Meer regie voor de medewerker**: Laat medewerkers zelf bepalen wanneer en hoeveel ze werken, binnen de grenzen van de organisatie.
- **Verminder de werkdruk**: Door meer efficiëntie in de zorg, bijvoorbeeld met technologie, kunnen medewerkers meer uren maken zonder overbelast te raken.
- **Pas het belastingstelsel aan**: Zorg dat meer uren werken financieel aantrekkelijk wordt.
Het is een complex probleem, maar niet onoplosbaar. Het vraagt om een brede aanpak, waarbij alle partijen samenwerken: overheid, zorginstellingen, vakbonden en medewerkers zelf.
### Conclusie
Het feit dat de deeltijdfactor al zes jaar stagneert, is een teken dat we anders moeten denken. Het enthousiasme is er, maar de praktijk is weerbarstig. Laten we niet alleen kijken naar wat medewerkers moeten doen, maar ook naar wat de sector kan verbeteren. Alleen dan kunnen we echt stappen zetten.