Waarom zorgmedewerkers geen extra uren willen werken (en wat we eraan kunnen doen)

·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom zorgmedewerkers geen extra uren willen werken (en wat we eraan kunnen doen)

De deeltijdfactor in de zorg stagneert al zes jaar. Ontdek waarom zorgmedewerkers geen extra uren willen werken en wat werkgevers en overheid kunnen doen om dit te veranderen.

We horen het al jaren: er is een groot tekort aan zorgpersoneel, en de oplossing lijkt voor de hand te liggen. Laat de mensen die al in de zorg werken gewoon wat meer uren draaien. Klinkt simpel, toch? Maar de praktijk is weerbarstiger dan je denkt. Uit nieuwe cijfers blijkt dat de deeltijdfactor in de zorg al zes jaar stagneert. Ondanks alle campagnes en goede bedoelingen, werken zorgmedewerkers niet structureel meer uren. Waarom niet? En nog belangrijker: wat kunnen we doen om dit te veranderen? ### De harde cijfers achter de stagnatie Laten we eerst naar de feiten kijken. De deeltijdfactor – dat is het gemiddelde aantal uren dat een zorgmedewerker per week werkt – blijft al sinds 2018 hangen rond de 0,65 fte. Dat betekent dat de meeste zorgmedewerkers ongeveer 24 tot 26 uur per week werken. En dat terwijl de vraag naar zorg alleen maar toeneemt. Het enthousiasme om meer uren te maken is er wel, maar het lukt niet om dat om te zetten in echte verandering. - De deeltijdfactor in de zorg is al zes jaar niet gestegen. - Gemiddeld werken zorgmedewerkers 24 tot 26 uur per week. - Ondanks wervingscampagnes blijft het aantal extra uren minimaal. Het is een patroon dat we in heel Nederland zien, van verpleeghuizen tot thuiszorg. En het heeft verstrekkende gevolgen. Want als we niet meer uren uit het bestaande personeel kunnen halen, moeten we nog meer nieuwe mensen werven. En dat is op de krappe arbeidsmarkt een enorme uitdaging. ### Waarom zorgmedewerkers niet meer uren willen werken Je zou denken: meer uren betekent meer salaris, dus waarom zouden ze niet? Maar de realiteit is complexer. Veel zorgmedewerkers werken al in een zware sector met hoge werkdruk. Meer uren betekent vaak minder tijd voor herstel, minder tijd voor het gezin, en een groter risico op burn-out. Het is niet alleen een kwestie van willen, maar ook van kunnen. Daarnaast spelen praktische bezwaren een rol. Denk aan: - **Kinderopvang**: Wie past er op de kinderen als je tot 18:00 uur werkt? - **Reistijd**: Langer werken betekent soms ook duurdere of langere reistijden. - **Flexibiliteit**: Veel zorgmedewerkers waarderen de vrijheid om hun uren zelf in te delen. En dan is er nog het financiële plaatje. Meer uren werken levert niet altijd evenveel extra op, door belastingen en toeslagen. Soms is het net zo voordelig om parttime te blijven werken. Dat klinkt misschien gek, maar het is een realiteit waar veel mensen mee worstelen. ### Wat kunnen werkgevers doen? Gelukkig zijn er wel degelijk manieren om de deeltijdfactor te verhogen. Het begint bij het wegnemen van de barrières. Hier zijn een paar concrete ideeën: - **Betere roosters**: Zorg voor voorspelbare en haalbare roosters, zodat medewerkers weten waar ze aan toe zijn. - **Ondersteuning bij kinderopvang**: Bied vergoedingen of flexibele opvangmogelijkheden aan. - **Extra verlofdagen**: Geef medewerkers die meer uren draaien extra vrije dagen als beloning. - **Financiële duidelijkheid**: Laat zien wat meer uren netto opleveren, zonder verrassingen. Het is ook belangrijk om te luisteren naar wat medewerkers écht nodig hebben. Niet iedereen wil hetzelfde. Voor de een is meer salaris de motivatie, voor de ander meer vrije tijd of een betere balans. Maatwerk is dus essentieel. ### De rol van de overheid Ook de overheid kan een steentje bijdragen. Denk aan het aanpassen van belastingregels zodat meer werken écht loont. Of het stimuleren van deeltijdwerk met behoud van goede arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is er meer aandacht nodig voor de werkdruk in de zorg. Als we niet investeren in een gezondere werkomgeving, blijven meer uren een brug te ver. ### Conclusie: het kan anders De stagnatie van de deeltijdfactor is geen onoverkomelijk probleem. Het vraagt om een andere manier van denken. Niet alleen: 'hoe krijgen we mensen meer uren te werken?', maar ook: 'hoe maken we het werk aantrekkelijker en haalbaarder?' Dat begint bij kleine stappen: betere roosters, meer flexibiliteit, en eerlijke financiële voordelen. Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: goede zorg voor iedereen, gegeven door mensen die met plezier hun werk doen.