Waarom het ziekteverzuim in de zorg nu hoger is dan tijdens corona

·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom het ziekteverzuim in de zorg nu hoger is dan tijdens corona

Het ziekteverzuim in de zorg steeg afgelopen kwartaal naar 7,91 procent, hoger dan in coronajaar 2022. Vooral het recordniveau van langdurig verzuim baart Vernet-directeur Danijela Budimir grote zorgen. Wat betekent dit voor de sector?

Het ziekteverzuim in de zorg is afgelopen tweede kwartaal gestegen naar 7,91 procent. Dat klinkt misschien als een droog cijfer, maar het betekent wel iets belangrijks: het verzuim ligt nu zelfs hoger dan in dezelfde periode van 2022, het jaar waarin corona nog volop rondwaarde. En dat terwijl we inmiddels alweer een tijdje in een 'normale' wereld leven. Toch is het niet het totale percentage dat de meeste zorgen baart. Het is vooral het recordniveau van het langdurig verzuim dat opvalt. Mensen zijn niet zomaar een dagje thuis, ze zijn weken of zelfs maanden uit de roulatie. En dat heeft grote gevolgen voor de zorgsector, die al onder enorme druk staat. ### Waarom dit cijfer er echt toe doet Een verzuimpercentage van 7,91 procent klinkt misschien abstract, maar laten we het even concreet maken. Stel je voor dat je een team van honderd zorgmedewerkers hebt. Dan zijn er op dit moment bijna acht mensen niet aan het werk. Dat betekent dat de overige collega's extra taken moeten oppakken, vaker overwerken en minder tijd hebben voor de mensen die zorg nodig hebben. En dat is precies waar het pijn doet. De zorg is geen fabriek waar je een lopende band even kunt stilzetten. Patiënten en bewoners rekenen op zorg, elke dag opnieuw. Als er structureel mensen uitvallen, komt de kwaliteit van zorg onder druk te staan. Dat zien we terug in wachtlijsten, oververmoeide teams en soms zelfs in veiligheidsincidenten. ### Langdurig verzuim: het echte probleem Wat dit kwartaal bijzonder maakt, is niet zozeer het totaalcijfer, maar de samenstelling ervan. Het langdurig verzuim – mensen die langer dan zes weken thuiszitten – heeft een recordhoogte bereikt. En dat is zorgwekkend, want hoe langer iemand thuiszit, hoe moeilijker het vaak is om weer terug te keren. De redenen voor langdurig verzuim zijn divers. Denk aan burn-outs, psychische klachten, maar ook aan fysieke overbelasting. In de zorg is dat laatste helaas geen uitzondering. Tillen, staan, onregelmatige diensten: het eist zijn tol. En als je lichaam eenmaal aangeeft dat het even niet meer kan, dan heeft dat tijd nodig om te herstellen. Danijela Budimir, directeur van Vernet, verwoordde het treffend: "Het is niet zo dat we een paar zieken extra hebben. We hebben een groep mensen die structureel uitvalt en dat vraagt om een andere aanpak." En daar zit precies de kern. Een griepgolf kun je opvangen, maar een structurele toename van langdurig verzuim vraagt om fundamentele oplossingen. ### Wat betekent dit voor de praktijk? Voor zorginstellingen is dit cijfer een wake-upcall. Het is niet genoeg om alleen te kijken naar verzuimcijfers; je moet ook kijken naar de oorzaken. Waarom vallen mensen uit? Wat kunnen we doen om ze langer gezond en gemotiveerd te houden? - **Preventie is key**: investeer in vitaliteitsprogramma's, coaching en regelmatige gesprekken met medewerkers. - **Werkdruk verlagen**: kijk kritisch naar roosters en takenpakketten. Soms kan een kleine aanpassing al veel schelen. - **Re-integratie verbeteren**: een goede begeleiding bij terugkeer kan voorkomen dat mensen opnieuw uitvallen. Natuurlijk is dit makkelijker gezegd dan gedaan, zeker met de huidige personeelstekorten. Maar het is wel de enige manier om de zorg toekomstbestendig te houden. We kunnen niet blijven rennen met een team dat steeds kleiner wordt. ### Een blik op de toekomst De komende kwartalen zullen uitwijzen of dit een eenmalige uitschieter is of een structurele trend. De verwachting is dat het verzuim in de zorg voorlopig hoog blijft, zeker zolang de werkdruk hoog is en er weinig nieuwe instroom is. Maar er is ook hoop. Steeds meer organisaties zetten in op preventie en duurzame inzetbaarheid. En dat is precies de goede richting. Als we iets leren van dit cijfer, dan is het dat we niet kunnen volstaan met symptoombestrijding. We moeten aan de slag met de oorzaken. Alleen dan kunnen we ervoor zorgen dat de zorg overeind blijft, voor de medewerkers én voor de mensen die afhankelijk zijn van goede zorg.