Waarom verpleeghuizen plotseling te veel personeel lijken te hebben
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Terwijl verpleeghuizen kampen met personeelstekort, melden bij commerciële dienstverleners zoveel zorgmedewerkers zich aan dat sommigen een personeelsstop instellen. Een opvallende paradox in de Nederlandse ouderenzorg.
Het klinkt als een paradox, toch? Verpleeghuizen kampen al jaren met een tekort aan zorgpersoneel, maar bij commerciële dienstverleners staan ze in de rij. Saars, caregivers, maatjes en Miesen melden zich zoveel aan dat sommige bureaus zelfs een personeelsstop hebben moeten instellen. Hoe kan dat eigenlijk?
Laten we even teruggaan naar de kern van het verhaal. Verpleeghuizen hebben te maken met een structureel personeelstekort. Dat is geen nieuws meer - we lezen er wekelijks over in de kranten. Om de zorg op peil te houden, schakelen ze steeds vaker commerciële dienstverleners in. Deze bedrijven leveren betaalde mantelzorgers en specialisten ouderengeneeskunde tegen een tarief dat vaak rond de €35 tot €50 per uur ligt.
### Het verrassende tegenovergestelde
Wat wél nieuwswaardig is, is wat er aan de andere kant gebeurt. Terwijl traditionele zorginstellingen moeite hebben om vacatures te vervullen, stromen de aanmeldingen bij commerciële dienstverleners binnen. Het gaat niet alleen om gediplomeerde verpleegkundigen, maar ook om:
- SAAR-medewerkers (Sociaal Agogisch Arbeid)
- Caregivers met praktijkervaring
- Maatjes die ondersteuning bieden
- MIESEN (Medewerkers In Eenvoudige Soortgelijke En Niet-verpleegkundige taken)
De vraag die bij mij opkomt: waarom kiezen deze zorgprofessionals dan niet voor een vaste baan in een verpleeghuis?
### Flexibiliteit versus vastigheid
Veel zorgmedewerkers geven aan dat ze de flexibiliteit waarderen die commerciële dienstverlening biedt. Ze kunnen zelf bepalen hoeveel uur ze werken, welke cliënten ze begeleiden en op welke dagen. In een tijd waarin werk-privébalans steeds belangrijker wordt, is dat een groot goed.
Daarnaast speelt ook de werklast een rol. Bij commerciële dienstverleners werken medewerkers vaak één-op-één met een cliënt, terwijl in verpleeghuizen de verhoudingen soms oplopen tot één zorgmedewerker op zeven bewoners. Dat verschil van ongeveer 700% in aandacht per persoon voelt natuurlijk iedereen aan.
Een ervaren caregiver vertelde me laatst: "Ik verdien nu €42 per uur bij een flexibel bureau, terwijl ik in het verpleeghuis voor €23 zou beginnen. Maar het gaat niet alleen om het geld - ik kan nu echt tijd nemen voor de mens achter de patiënt."
### De uitdaging voor traditionele zorg
Deze ontwikkeling stelt verpleeghuizen voor een complexe uitdaging. Aan de ene kant hebben ze te maken met bezuinigingen en vaste contracten, aan de andere kant moeten ze concurreren met de flexibiliteit en tarieven van commerciële partijen.
Wat opvalt is dat sommige verpleeghuizen nu zelf experimenteren met flexibele inzet. Ze bieden bijvoorbeeld min-max contracten aan, waarbij medewerkers tussen de 24 en 36 uur kunnen werken tegen een uurloon dat kan oplopen tot €30 voor ervaren krachten.
Toch blijft het lastig. De administratieve last in traditionele zorg is vaak groter, en de regelgeving strenger. Een MIES-medewerker zei het treffend: "Bij het flexbureau vul ik alleen een urenformulier in. In het verpleeghuis had ik elke dag 30 minuten extra administratie."
### Een blik op de toekomst
Waar gaat dit naartoe? Personeelstekorten in de zorg zijn niet zomaar opgelost. De vergrijzing zet door - we verwachten dat het aantal 80-plussers de komende 10 jaar met 65% stijgt naar meer dan 1,4 miljoen mensen.
De commerciële dienstverlening lijkt hierin een blijvende rol te gaan spelen. Niet als vervanging van traditionele zorg, maar als complementair systeem. Het biedt een uitweg voor zowel zorginstellingen die personeel nodig hebben, als voor zorgmedewerkers die meer flexibiliteit zoeken.
Misschien moeten we anders gaan kijken naar het hele zorgstelsel. In plaats van strikte scheiding tussen 'vast' en 'flexibel', zouden we kunnen onderzoeken hoe we de beste elementen van beide werelden kunnen combineren. Want uiteindelijk gaat het allemaal om één ding: goede zorg voor onze ouderen, op een manier die ook voor zorgprofessionals werkbaar is.
Zo zie je maar - soms zijn de oplossingen voor problemen al in ontwikkeling, alleen op een andere plek dan waar we ze verwachten. De vraag is niet of er genoeg zorgpersoonlijk is, maar hoe we het zo organiseren dat iedereen er optimaal mee kan werken."