Waarom meer salaris zorgmedewerkers niet aan meer uren helpt
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Zes jaar lang probeerden we zorgmedewerkers met salarisverhoging aan meer uren te krijgen. Zonder resultaat. Onze poll wijst uit wat wél zou kunnen werken.
Zes jaar geleden klonk dezelfde roep: zorgmedewerkers moeten meer uren gaan werken. Er werden projecten opgetuigd, bonussen beloofd en roosters omgegooid. En toch? Het aantal deeltijders in de zorg is nauwelijks bewogen. De uitslag van onze poll bevestigt wat velen al vermoedden: een hoger salaris is niet de sleutel.
Dat roept direct een vraag op. Waarom werkt die financiële prikkel dan niet? Het antwoord is genuanceerder dan je misschien denkt. Het gaat niet alleen om geld, maar om de hele ervaring rondom het werk.
### Wat de poll ons vertelt
We vroegen zorgprofessionals wat hen zou overhalen om meer uren te draaien. Het overgrote deel koos niet voor een hoger salaris, maar voor andere factoren. Denk aan betere roosters, meer zeggenschap over werktijden en minder administratieve rompslomp.
- Meer autonomie in het plannen van diensten
- Kleinere teams met vaste gezichten
- Minder administratieve lasten
- Echte waardering vanuit de organisatie
Dit zijn geen verrassende antwoorden voor wie in de zorg werkt. Maar het zet wel het beleid van de afgelopen jaren op scherp. We hebben vooral ingezet op geld, terwijl de echte behoefte elders ligt.
### De zorg is geen fabriek
In een fabriek kun je een extra uurtje draaien en zie je direct resultaat. In de zorg ligt dat anders. Een dienst van acht uur is intensief, fysiek zwaar en emotioneel belastend. Wie drie dagen per week werkt, heeft tijd om te herstellen. Wie vier of vijf dagen draait, loopt het risico op uitputting.
Dat is geen gebrek aan motivatie. Het is een realiteit die werkgevers te vaak negeren. De zorg vraagt om een andere benadering, eentje die uitgaat van duurzame inzetbaarheid in plaats van maximale productie.
### Wat wél zou kunnen werken
Als salaris niet de doorslag geeft, wat dan wel? Uit de poll en uit gesprekken met zorgmedewerkers komen een aantal duidelijke richtingen naar voren.
**Flexibiliteit staat bovenaan.** Niet alleen in uren, maar ook in de verdeling over de week. Veel medewerkers willen bijvoorbeeld drie lange dagen in plaats van vijf korte. Of juist kortere diensten op vaste dagen.
**Een tweede punt is continuïteit.** Steeds met andere collega's werken kost energie. Vaste teams geven rust en verbondenheid. Dat gevoel van erbij horen is voor veel mensen belangrijker dan een hoger bruto salaris.
**Tot slot speelt administratieve druk een grote rol.** Zorgmedewerkers willen zorg verlenen, niet formulieren invullen. Elke uur dat ze aan administratie besteden, is een uur minder voor de cliënt. Dat werkt demotiverend en zorgt ervoor dat mensen bewust minder uren kiezen.
### Een andere kijk op deeltijdwerk
Misschien moeten we de vraag anders stellen. In plaats van 'hoe krijgen we mensen aan meer uren?', zouden we ons moeten afvragen: 'hoe maken we het werk zo aantrekkelijk dat mensen er graag meer tijd aan besteden?'
Dat is een fundamenteel andere insteek. Het verschuift de verantwoordelijkheid van de individuele werknemer naar de organisatie. En dat is precies waar de winst te behalen valt.
De poll van deze week is daarmee geen eindpunt, maar een begin. Het bevestigt dat we op de verkeerde knop hebben gedrukt. Nu is het tijd om de juiste te vinden.
> "Mensen verlaten geen organisaties, ze verlaten slechte roosters." – een zorgmedewerker in onze poll
### Conclusie: tijd voor een andere aanpak
Zes jaar stilstand is lang genoeg. De oplossing ligt niet in een hoger salaris, maar in een beter ontworpen werkweek. Wie dat begrijpt, kan het verschil maken. Niet alleen voor de medewerkers, maar ook voor de cliënten die dagelijks afhankelijk zijn van goede zorg.
Laten we de komende maanden niet weer dezelfde discussie voeren. Laten we luisteren naar wat zorgmedewerkers echt nodig hebben. De poll heeft het duidelijk gemaakt: de sleutel ligt niet in het loonzakje, maar in de manier waarop we het werk organiseren.