Waarom lichte ggz de wachtlijsten niet oplost (en wat wél)
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~5 min

Hoogleraar Patrick Jeurissen stelt dat lichte ggz lang niet altijd zwaardere zorg voorkomt. Meer tijd en geld naar zware ggz zou wachtlijsten verkorten. Wat vindt u?
De Nederlandse geestelijke gezondheidszorg staat onder druk. Wachtlijsten zijn lang, zorgverleners hebben het druk, en de discussie over de beste aanpak laait steeds weer op. De afgelopen jaren was het devies: hoe lichter de zorg, hoe beter. Maar klopt dat eigenlijk wel?
Hoogleraar Patrick Jeurissen trekt dat dogma nu openlijk in twijfel. Hij stelt dat de inzet van lichte geestelijke gezondheidszorg lang niet altijd voorkomt dat mensen later alsnog zwaardere zorg nodig hebben. Sterker nog: het kan de boel juist vertragen.
Dat is een opvallende uitspraak in een tijd waarin preventie en vroegtijdig ingrijpen als heilige graal worden gezien. Toch zit er een kern van waarheid in. En die kern verdient meer aandacht.
### Het dogma van lichte zorg
Jarenlang was het beleid duidelijk: grijp snel in met lichte hulp, dan voorkom je dat iemand in de zware ggz terechtkomt. Denk aan kortdurende gesprekken, online modules of eerstelijns psychologische hulp.
Dat klinkt logisch. En vaak werkt het ook. Maar niet altijd.
Uit onderzoek blijkt dat een deel van de mensen met lichte zorg toch niet voldoende geholpen is. Ze stromen uiteindelijk alsnog door naar specialistische hulp. En die stap is dan vaak groter en duurder dan nodig was geweest.
Jeurissen pleit daarom voor een andere aanpak: investeer meer tijd en geld in de zware ggz. Daarmee zouden wachtlijsten sneller korter worden, omdat mensen direct de juiste hulp krijgen.
### De kern van het probleem
Het probleem zit niet in de kwaliteit van lichte zorg. Het zit in de aanname dat lichte zorg altijd de beste eerste stap is.
Sommige mensen hebben simpelweg meer nodig dan een paar gesprekken. Denk aan complexe trauma's, ernstige depressies of persoonlijkheidsproblematiek. Voor hen is lichte zorg geen oplossing, maar uitstel.
En uitstel is precies wat de wachtlijsten langer maakt.
Door iedereen eerst door een lichter traject te laten gaan, raakt het systeem verstopt. Mensen die direct zware hulp nodig hebben, moeten wachten. En mensen die lichte hulp krijgen maar daar niet mee geholpen zijn, komen later alsnog op dezelfde wachtlijst terecht.
### Wat betekent dit voor de praktijk?
Het betekent niet dat lichte zorg moet verdwijnen. Integendeel. Voor veel mensen is lichte hulp precies wat ze nodig hebben. Maar het betekent wel dat we beter moeten kijken naar wie welke zorg nodig heeft.
- **Betere triage**: sneller en nauwkeuriger bepalen of iemand lichte of zware zorg nodig heeft.
- **Meer capaciteit in de zware ggz**: meer behandelplekken voor mensen met complexe problemen.
- **Minder bureaucratie**: zorgverleners meer tijd geven voor hun echte werk in plaats van administratie.
Dat vraagt om keuzes. En die keuzes zijn niet makkelijk.
### Een lastige maar noodzakelijke discussie
Jeurissen raakt met zijn uitspraak een gevoelige snaar. Want wie pleit voor meer zware ggz, lijkt te zeggen dat preventie niet werkt. Dat is niet waar.
Maar preventie is geen one-size-fits-all.
Soms is de beste preventie gewoon: de juiste zorg op het juiste moment. En dat is niet altijd lichte zorg.
De discussie die nu gevoerd wordt, is dan ook niet zwart-wit. Het gaat niet om lichte versus zware zorg. Het gaat om de vraag hoe we het systeem zo inrichten dat mensen zo snel mogelijk de zorg krijgen die ze echt nodig hebben.
### Wat vindt u?
Dit is geen vraag met een eenvoudig antwoord. Zorgprofessionals, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen kijken er verschillend tegenaan.
Uw mening telt. Daarom is het goed dat deze discussie breed gevoerd wordt. Alleen door open te zijn over knelpunten en oplossingen kunnen we de ggz toekomstbestendig maken.
Dus wat is uw standpunt? Moet er meer geld en tijd naar de zware ggz? Of moet juist de lichte zorg verder worden versterkt? Laat van u horen.
### Een oproep tot nuance
Laten we in ieder geval één ding niet doen: het ene type zorg afzetten tegen het andere. Zowel lichte als zware ggz is nodig. De kunst is om de balans te vinden.
En die balans begint met een eerlijk gesprek. Niet over dogma's, maar over wat werkt. Voor de patient, voor de zorgverlener en voor het systeem als geheel.
De komende tijd zal blijken of de oproep van Jeurissen gehoor krijgt. Eén ding is zeker: de discussie is nog lang niet gesloten. En dat is maar goed ook.