Waarom geven we nog zorg waarvan we weten dat het niet werkt?

·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom geven we nog zorg waarvan we weten dat het niet werkt?

Hoogleraar Sjoerd Repping stelt een kritische vraag: waarom blijven we zorg geven waarvan we weten dat het niet werkt? Zijn pleidooi voor 'zinnige zorg' en collectieve sturing zet het hele systeem op scherp.

Het is een ongemakkelijke waarheid die Sjoerd Repping, hoogleraar Zinnige Zorg bij het Amsterdam UMC, op tafel legt. We geven vaak zorg waarvan we eigenlijk al weten dat het niet effectief is. Dat klinkt tegenstrijdig, nietwaar? Als artsen en zorgprofessionals het beste willen voor hun patiënten, waarom blijven we dan vasthouden aan behandelingen die geen of zelfs een negatief effect hebben? Repping begon zijn loopbaan als hoogleraar voortplantingsgeneeskunde. Daar zag hij van dichtbij hoe ingesleten patronen in de zorg soms moeilijk te doorbreken zijn. In 2019 nam hij daarom een bijzondere stap. Hij werd hoogleraar Zinnige Zorg en voorzitter van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG). Zijn missie? Het zorgsysteem kritisch tegen het licht houden. ### De prijs van vasthouden aan oude gewoontes Wat kost het ons eigenlijk om door te gaan met zorg die niet werkt? Het gaat niet alleen om geld, hoewel dat natuurlijk een factor is. Denk aan de mentale belasting voor patiënten die onnodige behandelingen ondergaan. De fysieke gevolgen van bijwerkingen van medicijnen die weinig uithalen. En de tijd van zorgverleners die beter besteed kan worden. Repping stelt het zo: “We moeten af van vaagheid, vrijheid en autonomie, naar collectieve sturing.” Dat klinkt misschien wat streng, maar zijn punt is helder. Als we collectief, op basis van goed onderzoek, weten wat werkt en wat niet, waarom laten we dan nog ruimte voor behandelingen die bewezen ineffectief zijn? ### Wat betekent 'zinnige zorg' eigenlijk? Zinnige zorg draait om drie kernvragen: - Werkt de behandeling voor deze specifieke patiënt? - Wegen de voordelen op tegen de nadelen en kosten? - Past de behandeling bij wat de patiënt zelf belangrijk vindt? Het antwoord op die vragen is niet altijd eenvoudig. Soms is er gewoon niet genoeg onderzoek gedaan. Soms zijn de resultaten tegenstrijdig. Maar vaak genoeg wéten we het wel, en dan nog kiezen we voor de vertrouwde, bekende weg. ### De stap naar collectieve sturing Hoe ziet die collectieve sturing er dan uit in de praktijk? Het betekent niet dat artsen hun professionele ruimte volledig kwijtraken. Het gaat om het maken van duidelijke afspraken, gebaseerd op het beste beschikbare bewijs. Richtlijnen die echt nageleefd worden. En het durven stoppen met wat niet werkt, hoe vertrouwd het ook voelt. Repping geeft een voorbeeld uit zijn eigen ervaring. “In de voortplantingsgeneeskunde zijn behandelingen soms al jaren in gebruik, terwijl nieuw onderzoek aantoont dat ze weinig tot niets toevoegen. Toch blijft men ze aanbieden, omdat patiënten erom vragen of omdat het nu eenmaal altijd zo ging.” ### De uitdaging voor zorgprofessionals De grootste hindernis is vaak niet de wetenschap, maar de menselijke factor. Veranderen is moeilijk. Het vraagt moed om tegen een patiënt te zeggen: “De behandeling waar u om vraagt, werkt waarschijnlijk niet. Laten we kijken naar iets anders.” Het vraagt lef om binnen je eigen team of organisatie te zeggen: “We doen dit al tien jaar, maar het is tijd om te stoppen.” Toch is dat precies wat nodig is. Want elke euro, elke minuut, elke energie-eenheid die we besteden aan zorg die niet werkt, kunnen we niet meer besteden aan zorg die wél werkt. Aan innovatie, aan persoonlijke aandacht, aan preventie. ### Een blik op de toekomst Repping is optimistisch over de mogelijkheden voor verbetering. Meer transparantie over wat wel en niet werkt. Betere samenwerking tussen onderzoekers, zorgverleners en patiëntenorganisaties. En vooral: het lef om kritisch te zijn op ons eigen handelen. Zijn boodschap is uiteindelijk een positieve. Door te focussen op wat écht werkt, kunnen we de zorg beter maken voor iedereen. Patiënten krijgen effectievere behandelingen. Zorgverleners werken met meer voldoening. En het hele systeem wordt toekomstbestendiger. Het begint met het stellen van simpele vragen. Werkt wat we doen? En zo niet, waarom doen we het dan nog? Het zijn vragen die niet altijd comfortabel zijn, maar wel noodzakelijk voor een zorgsysteem dat zijn naam waardig is.