Waarom deeltijdwerken in de zorg blijft hangen – en wat we eraan kunnen doen
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Ondanks alle projecten om zorgmedewerkers meer uren te laten werken, blijft de deeltijdfactor al zes jaar steken. Ontdek waarom het niet lukt en wat wél werkt.
We horen het al jaren: er is een groot tekort aan zorgpersoneel. En telkens weer klinkt dezelfde oplossing: laat mensen meer uren werken. Projecten schieten als paddenstoelen uit de grond. Toch blijkt uit de nieuwste cijfers dat de deeltijdfactor in de zorg al zes jaar op rij niet stijgt. Hoe kan dat? En, belangrijker nog: wat kunnen we eraan doen?
### De harde realiteit achter de cijfers
Ondanks al het enthousiasme en de vele initiatieven, komt het niet van de grond. De gemiddelde deeltijdfactor blijft steken op ongeveer 0,7 fte (fulltime equivalent). Dat betekent dat de meeste zorgmedewerkers nog steeds rond de 28 uur per week werken. En dat terwijl de vraag naar zorg alleen maar toeneemt.
Waarom lukt het niet? Laten we eerlijk zijn: het is niet omdat mensen niet willen. Het is omdat de omstandigheden niet meewerken. Denk aan:
- **Werkdruk**: De zorg is zwaar. Meer uren betekent vaak meer stress.
- **Onregelmatige roosters**: Avond-, nacht- en weekenddiensten maken het lastig om een vast ritme te vinden.
- **Gebrek aan flexibiliteit**: Veel zorginstellingen bieden weinig maatwerk in roosters.
- **Thuisverplichtingen**: Vooral vrouwen (die de meerderheid in de zorg vormen) combineren werk vaak met zorg voor kinderen of ouderen.
Het is een vicieuze cirkel. Mensen werken minder uren omdat de balans zoek is, maar daardoor blijft de werkdruk voor anderen hoog.
### Wat werkt wel? Praktische oplossingen
Gelukkig zijn er voorbeelden van zorginstellingen die het anders doen. Zij laten zien dat verandering mogelijk is, mits je bereid bent om out-of-the-box te denken.
**Meer zeggenschap voor medewerkers**
Uit onderzoek blijkt dat zorgmedewerkers meer uren willen werken als ze zelf invloed hebben op hun rooster. Niet een vast schema van bovenaf, maar keuzes: wil je liever drie lange dagen of vijf korte? Kun je een dag thuiswerken voor administratie?
**Betere ondersteuning**
Investeren in goede begeleiding en bijscholing maakt een groot verschil. Voelt iemand zich gewaardeerd en gesteund? Dan is de kans groter dat hij of zij extra uren pakt.
**Kinderopvang en mantelzorgregelingen**
Een praktisch probleem: veel zorgmedewerkers hebben jonge kinderen of zorgen voor een naaste. Als de werkgever helpt met flexibele opvang of verlofregelingen, wordt meer werken ineens een stuk haalbaarder.
### De rol van technologie en persoonlijke alarmering
Hier komt een onverwachte invalshoek: technologie kan indirect helpen. Neem bijvoorbeeld persoonlijke alarmering voor ouderen. Door slimme alarmsystemen in te zetten, kunnen zorgmedewerkers efficiënter werken. Ze hoeven minder te reizen tussen cliënten en kunnen sneller reageren op noodgevallen. Dat scheelt tijd en vermindert stress.
Stel je voor: een verpleegkundige die via een app ziet welke cliënt hulp nodig heeft, zonder eerst te hoeven bellen. Of een alarm dat automatisch een familielid inschakelt bij een val, zodat de zorgmedewerker niet onnodig uitrukt. Dit soort innovaties maakt de zorg werkbaarder en aantrekkelijker.
### Wat betekent dit voor de toekomst?
De cijfers liegen niet: we staan stil. Maar dat hoeft niet zo te blijven. Het vraagt om een cultuurverandering, zowel bij werkgevers als bij medewerkers. Niet dwingen, maar verleiden. Niet standaardiseren, maar maatwerk bieden.
Voor zorgprofessionals die overwegen om meer uren te gaan werken: kijk naar wat er mogelijk is. Bespreek het met je leidinggevende. Vraag naar flexibele opties. En onthoud dat jouw inzet goud waard is.
Voor werkgevers: investeer in je mensen. Luister naar wat ze nodig hebben. Durf te experimenteren met roosters en ondersteuning. Want alleen zo doorbreken we die stagnerende deeltijdfactor.
De zorg verdient beter. En met een beetje creativiteit en daadkracht kunnen we het verschil maken.