Waarom 'test-blind' toelating studenten ernstig kan achterlaten
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Een wiskundeprofessor van Berkeley waarschuwt dat 'test-blind' toelatingsbeleid studenten ernstig achter kan laten. Wat betekent dit en wat kunnen we ervan leren?
Het is een onderwerp dat de gemoederen flink bezighoudt: 'test-blind' toelatingsbeleid aan Amerikaanse universiteiten. Een wiskundeprofessor van Berkeley sloeg onlangs alarm over de gevolgen van dit beleid. Zijn boodschap? Veel studenten komen ernstig achter te staan, en dat heeft verstrekkende gevolgen voor hun studie en toekomst.
Maar wat betekent 'test-blind' eigenlijk precies, en waarom zouden we ons daar in Nederland ook zorgen over maken? Laten we eens kijken.
### Wat is 'test-blind' beleid?
Simpel gezegd: bij 'test-blind' toelating kijkt een universiteit helemaal niet meer naar de scores van gestandaardiseerde toetsen, zoals de SAT of ACT. Het maakt dus niet uit of een student een perfecte score haalt of een magere. Die scores worden simpelweg niet meegenomen in de beoordeling. Het idee erachter is nobel: toelating eerlijker maken en minder afhankelijk van dure voorbereidingstrajecten die vooral welvarende gezinnen kunnen betalen.
Toch zit er een keerzijde aan. De professor waarschuwt dat juist deze toetsen een objectieve maatstaf kunnen zijn. Zonder die meetlat is het moeilijker om te zien waar een student werkelijk staat. En dat kan ertoe leiden dat studenten op plekken terechtkomen waar ze eigenlijk nog niet klaar voor zijn.
### De gevolgen voor studenten
Stel je voor: je wordt toegelaten tot een prestigieuze studie wiskunde, maar je mist fundamentele kennis. Je raakt al snel achterop, raakt gefrustreerd en twijfelt aan je eigen kunnen. Dat is precies wat de professor ziet gebeuren. Studenten die op papier geweldige cijfers halen, maar in de praktijk moeite hebben met de basis.
- Studenten lopen vast bij eerstejaarsvakken
- Ze hebben moeite met het volgen van het tempo
- Het zelfvertrouwen neemt af
- Uitval dreigt, met alle financiële en emotionele gevolgen van dien
En dat is zonde, want vaak zijn deze studenten gemotiveerd en slim. Ze hebben alleen een andere voorbereiding nodig.
### Wat kunnen we hiervan leren?
Natuurlijk is dit een Amerikaans verhaal, maar de lessen zijn universeel. Het benadrukt het belang van een goede aansluiting tussen middelbare school en vervolgopleiding. In Nederland kennen we de doorstroomtoetsen en het bindend studieadvies, maar ook hier zien we dat studenten soms moeite hebben met de overgang.
Het is belangrijk dat we niet alleen kijken naar cijfers, maar ook naar daadwerkelijke kennis en vaardigheden. Een holistische benadering is mooi, maar we moeten oppassen dat we de objectieve meetpunten niet volledig loslaten.
> "Een toelatingsbeleid zonder objectieve meetpunten klinkt inclusief, maar kan studenten juist in de steek laten."
### De rol van voorbereiding en begeleiding
Uiteindelijk draait het om de vraag: hoe bereiden we studenten het beste voor? Niet alleen op de toetsen, maar op het echte studeren. Dat betekent aandacht voor studievaardigheden, zelfstandigheid en doorzettingsvermogen. En het betekent ook dat we eerlijk moeten zijn over wat er van studenten verwacht wordt.
Een goede voorbereiding is goud waard. Of je nu een student bent die net begint of een professional die zich wil omscholen. Hetzelfde geldt voor andere aspecten van veiligheid en zorg, zoals het kiezen van de juiste hulpmiddelen voor ouderen. Neem bijvoorbeeld een persoonlijk alarm. Het kiezen van het beste persoonlijk alarm voor senioren is net zo belangrijk als de juiste voorbereiding op een studie. Je wilt iets dat betrouwbaar is en past bij de specifieke situatie.
### Conclusie
Het verhaal van de Berkeley-professor is een wake-upcall. We moeten kritisch blijven kijken naar toelatingsbeleid en ervoor zorgen dat studenten niet alleen binnenkomen, maar ook succesvol zijn. Door te investeren in goede voorbereiding en begeleiding, kunnen we voorkomen dat talent verloren gaat.
Laten we de dialoog aangaan en van elkaar leren. Want uiteindelijk gaat het erom dat iedereen de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen. En dat begint met een eerlijke en realistische kijk op capaciteiten, of dat nu op de universiteit is of in de zorg voor onze ouderen.