Regionale Personeelscontinuïteit: De Toekomst van de Huisartsenpraktijk
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Personeelscontinuïteit in de huisartsenpraktijk is geen lokaal probleem meer. Eveline Verwijmeren van VvAA pleit voor een regionale aanpak: samenwerken aan een gezamenlijke pool van invalkrachten en het delen van personeel.
### Waarom verzuim in de huisartsenpraktijk een regionaal vraagstuk is
Stel je voor: je bent huisarts en je praktijkondersteuner valt uit. Je zoekt een vervanger, maar die is in je eigen dorp niet te vinden. Vroeger loste je dat op met een uitzendbureau of door een collega uit een naburige praktijk te vragen. Tegenwoordig werkt dat niet meer. Volgens Eveline Verwijmeren, directeur Zorgorganisaties bij VvAA, is personeelscontinuïteit allang geen lokaal probleem meer. ‘Je moet veel meer kijken naar wat er in een hele regio nodig is,’ zegt ze.
Dat klinkt logisch, maar wat betekent het in de praktijk? En waarom is het zo belangrijk voor huisartsenpraktijken? In dit artikel duiken we in de cijfers, de oorzaken en vooral de oplossingen. Want één ding is zeker: als je blijft denken als een solist, verlies je het van de realiteit.
### De cijfers liegen er niet om
Verzuim in de zorg is al jaren hoog. In 2023 lag het ziekteverzuim in de sector zorg en welzijn op 6,5% – aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 4,3%. Voor huisartsenpraktijken betekent dit dat er gemiddeld bijna zeven werkdagen per jaar per medewerker verloren gaan. Tel uit je winst: minder uren voor patiëntenzorg, meer stress voor de achterblijvers, en een groeiende wachtlijst.
Maar het probleem is niet alleen ziekte. Het is ook de krapte op de arbeidsmarkt. Er zijn simpelweg te weinig gekwalificeerde doktersassistenten, praktijkondersteuners en huisartsen. Een vacature staat gemiddeld 3 tot 6 maanden open. En als je dan iemand vindt, is de kans groot dat een praktijk in de buurt diegene ook wil hebben. Concurrentie dus.
### Van lokaal naar regionaal: een nieuwe manier van denken
Verwijmeren pleit voor een regionale aanpak. In plaats van elke praktijk afzonderlijk te laten worstelen, zouden praktijken binnen een regio moeten samenwerken. Denk aan een gezamenlijke pool van invalkrachten, gedeelde opleidingsplekken en een regionaal platform voor het uitwisselen van personeel bij pieken en dalen.
> ‘Je moet veel meer kijken naar wat er in een hele regio nodig is.’ – Eveline Verwijmeren, VvAA
Dat vraagt om een cultuuromslag. Huisartsen zijn vaak gewend om zelfstandig te werken. Maar de realiteit is dat je als solopraktijk geen vuist kunt maken tegen een landelijk tekort. Samen sta je sterker. En dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Begin klein: deel een invalkracht met de praktijk aan de overkant van de straat. Organiseer eens per kwartaal een regionale bijeenkomst. Deel je rooster met collega’s, zodat je elkaars gaten kunt opvullen.
### Wat levert het op?
Een regionale aanpak heeft tal van voordelen:
- **Minder verzuim:** als mensen weten dat er een vangnet is, durven ze zich eerder ziek te melden en komen ze sneller terug.
- **Betere zorg:** patiënten hoeven niet te wachten omdat er geen vervanging is.
- **Lagere kosten:** een gezamenlijke pool is goedkoper dan steeds losse uitzendkrachten inhuren.
- **Meer werkplezier:** je staat er niet meer alleen voor.
Natuurlijk zijn er hobbels. Wie coördineert de pool? Hoe verdeel je de kosten? En wat als de ene praktijk meer nodig heeft dan de andere? Dat zijn vragen die je samen moet oplossen. Maar de alternatieven – niets doen en blijven aanmodderen – zijn geen optie.
### Hoe begin je vandaag nog?
Je hoeft niet te wachten op een landelijk plan. Praat eens met je buurpraktijk. Peil de behoefte. Kijk of jullie een gezamenlijke appgroep kunnen starten voor het uitwisselen van diensten. Of benader je regionale huisartsenorganisatie voor ondersteuning. Zij hebben vaak al netwerken en middelen.
Het belangrijkste is dat je beseft: verzuim is geen lokaal probleem meer. Het is een regionaal vraagstuk dat je alleen samen kunt oplossen. En zoals Verwijmeren zegt: kijk verder dan je eigen praktijk. De oplossing ligt misschien wel om de hoek, bij een collega die net zo worstelt als jij.