Prof. Repping: 'Als Zorg Niet Werkt, Blijven We 't Toch Gebruiken'

·
Luister naar dit artikel~5 min
Prof. Repping: 'Als Zorg Niet Werkt, Blijven We 't Toch Gebruiken'

Hoogleraar Sjoerd Repping schetst een confronterend beeld: vaak weten we niet of zorg werkt, en zelfs als we weten dat het niet werkt, blijven we 't geven. Zijn oplossing? Van individuele autonomie naar collectieve sturing gebaseerd op bewijs.

Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar het is de realiteit volgens hoogleraar Sjoerd Repping. Van veel zorg weten we simpelweg niet of het écht werkt. En het verrassende is dit: zelfs als we wéten dat bepaalde zorg niet het gewenste effect heeft, blijven we 't vaak toch geven. Dat vertelde Repping vanuit zijn jarenlange ervaring als hoogleraar voortplantingsgeneeskunde. Het was dit inzicht dat hem in 2019 naar een nieuwe rol bracht: hoogleraar Zinnige Zorg bij het Amsterdam UMC en voorzitter van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG). Zijn missie? Het Nederlandse zorgsysteem helpen evolueren van een cultuur van 'vaagheid, vrijheid en autonomie' naar een systeem met 'collectieve sturing'. Maar wat betekent dat eigenlijk in de praktijk? ### Het Probleem Met Niet-Werkende Zorg Stel je voor dat je een auto koopt waarvan de fabrikant niet kan garanderen dat 'ie rijdt. Absurd, toch? Toch accepteren we in de zorg soms vergelijkbare situaties. Een behandeling wordt aangeboden, er zijn protocollen voor, maar het harde bewijs dat het voor déze patiënt onder déze omstandigheden werkt? Dat ontbreekt soms. Repping ziet dagelijks hoe dit systeem leidt tot: - Onnodige kosten in een systeem dat onder druk staat - Patiënten die behandelingen ondergaan zonder gegarandeerd resultaat - Een belasting van zorgprofessionals die weten dat er ruimte voor verbetering is Het meest opvallende is misschien wel het psychologische aspect. Zelfs als het bewijs zich opstapelt dat iets níét optimaal is, blijft de weerstand tegen verandering soms groot. 'We hebben het altijd zo gedaan' is een krachtige gedachte, ook in de zorg. ### Van Autonomie Naar Collectieve Sturing Wat bedoelt Repping eigenlijk met die 'collectieve sturing'? Het klinkt bijna on-Nederlands in een land dat waarde hecht aan eigen regie en keuzevrijheid. Maar volgens hem gaat het niet om minder vrijheid, maar om betere kaders. “Het is niet zo dat artsen hun professionele ruimte kwijtraken,” legt hij uit. “Het gaat erom dat we die ruimte invullen met keuzes die wél gebaseerd zijn op wat we weten dat werkt. Dat we stoppen met behandelingen waarvan we weten dat ze beperkt effect hebben, tenzij er een hele goede reden is om ervan af te wijken.” Het is een verschuiving van 'ik bepaal wat ik doe' naar 'we bepalen samen wat het beste werkt op basis van bewijs'. Een mooi voorbeeld komt uit zijn eigen vakgebied. Er waren jarenlang bepaalde procedures in de voortplantingszorg waarvan het effect twijfelachtig was. Pas toen daar systematisch naar werd gekeken en het bewijs werd geëvalueerd, kon er een betere richtlijn komen. ### De Rol van Zorgevaluatie Hier komt het programma ZE&GG om de hoek kijken. Dit is geen plek waar behandelingen worden afgeschoten, maar waar ze worden doorlichtet. Hoe werkt dat? - Eerst wordt gekeken: wat is het beschikbare bewijs voor deze zorg? - Vervolgens: is dit bewijs sterk genoeg om deze zorg breed in te zetten? - Ten slotte: als het bewijs ontbreekt of zwak is, kunnen we dan onderzoek doen om het beter te maken? Het is een continu proces van evalueren, bijstellen en verbeteren. En het mooie is dat het niet gaat om bezuinigen, maar om betere zorg. Patiënten krijgen behandelingen die meer kans van slagen hebben, zorgprofessionals kunnen werken met duidelijker kaders, en het systeem als geheel wordt efficiënter. Repping benadrukt: “Het gaat niet om minder zorg, maar om zinnigere zorg. Om het stoppen met dingen die niet werken, zodat we ruimte en middelen hebben voor dingen die wél werken.” ### De Toekomst van Nederlandse Zorg Waar gaan we naartoe? Volgens Repping naar een systeem waar 'zinnige zorg' de norm wordt. Waar we niet langer vasthouden aan routines omdat ze vertrouwd zijn, maar waar we voortdurend vragen: werkt dit nog? Het vereist moed van zorgprofessionals om oude gewoontes los te laten. Het vraagt van bestuurders dat ze ruimte maken voor verandering. En van patiënten dat ze soms accepteren dat 'meer zorg' niet altijd 'betere zorg' betekent. De weg die Repping voor ogen heeft is geen revolutie, maar een evolutie. Stap voor stap, behandeling voor behandeling, naar een systeem dat niet alleen duurzaam is, maar vooral ook beter. Want uiteindelijk, zegt hij, “gaat het erom dat we kunnen blijven doen wat werkt, en stoppen met wat niet werkt. Voor iedereen.” Het is een visie die verder gaat dan protocollen en richtlijnen. Het raakt aan hoe we samen zorg willen organiseren in Nederland. Niet als een verzameling individuele keuzes, maar als een collectieve inspanning om het beste te bieden wat mogelijk is. En dat begint met de moed om kritisch te kijken naar wat we dagelijks doen.