Niet alleen Kaljouw: Dit verraste ons over de toekomst van umc's

·
Luister naar dit artikel~5 min
Niet alleen Kaljouw: Dit verraste ons over de toekomst van umc's

Marian Kaljouw's stelling over te veel umc's blijkt breed gedragen. Een peiling onder zorgprofessionals toont dat meerderheid haar visie deelt, wat wijst op behoefte aan herziening zorglandschap.

We zitten er allemaal wel eens over te denken, toch? Hoe onze zorg eruit zou moeten zien, wat er beter kan, wat we echt nodig hebben. Marian Kaljouw kwam met een uitspraak die eerst misschien wat stevig aanvoelde: Nederland heeft te veel umc's. Maar wat blijkt? Ze staat lang niet alleen. Als je erover nadenkt, is het eigenlijk best logisch. We hebben acht universitair medische centra in een land dat qua oppervlakte nog geen 42.000 vierkante kilometer beslaat. Dat betekent dat er gemiddeld één umc is per ongeveer 5.000 vierkante kilometer. En hoewel de zorgkwaliteit er onmiskenbaar hoog is, rijzen er vragen bij de spreiding en de kosten. ### Wat de cijfers ons vertellen Een recente peiling onder professionals in de ouderenzorg en veiligheid bracht iets opvallends aan het licht. Meer dan 75% van de deelnemers gaf aan dat ze Kaljouw's stelling ondersteunen. Dat is geen klein groepje kritische denkers – dat is een meerderheid die aangeeft dat er ruimte is voor verandering. "Soms moet je durven vragen of we niet te veel van hetzelfde hebben," zei één van de respondenten. "Het gaat niet om minder kwaliteit, maar om slimmere inzet van middelen." ### De praktijk spreekt In de dagelijkse praktijk zien we dat specialismen zich concentreren. Patiënten reizen soms honderden kilometers voor behandeling die in principe ook regionaal aangeboden zou kunnen worden. Denk aan: - Wachtlijsten die per regio sterk verschillen - Dubbel werk in onderzoek tussen verschillende umc's - Transportkosten die oplopen tot honderden euro's per patiënt - Specialistische kennis die niet altijd optimaal wordt verspreid En het gaat niet alleen om geld, hoewel de cijfers wel tot denken aanzetten. De jaarlijkse begroting van een umc loopt al snel in de honderden miljoenen euro's. Als je daar efficiëntie kunt vinden, betekent dat middelen die elders ingezet kunnen worden. ### De menselijke maat Wat me het meest raakte tijdens het lezen van alle reacties? Het ging bijna nooit over gebouwen of systemen. Het ging over mensen. Over de oudere die liever dicht bij huis behandeld wordt. Over de familie die niet elke keer 150 kilometer hoeft te reizen voor een controle. Over zorgprofessionals die hun expertise willen delen buiten de muren van hun eigen instelling. Er was een verhaal van een dochter die vertelde over haar moeder van 82. Elke maand moesten ze naar het umc, een reis van bijna twee uur enkele reis. "Ze is uitgeput voor we überhaupt bij de arts zijn," vertelde ze. "En als het om een simpele controle gaat, vraag ik me af waarom dat niet regionaal kan." ### Waar liggen de kansen? Dit betekent niet dat umc's moeten verdwijnen. Integendeel. Het betekent dat we moeten kijken naar een andere rolverdeling. Misschien kunnen umc's zich meer richten op: - Zeer complexe en zeldzame aandoeningen - Onderzoek en innovatie - Opleiding van specialisten - Ondersteuning van regionale ziekenhuizen Terwijl regionale ziekenhuizen meer routinematige specialistische zorg kunnen overnemen. Het zou patiënten meer keuze geven, reistijd verminderen en de druk op de grote centrums verlichten. ### De stem van de professional Wat me opviel bij de peiling was het niveau van de discussie. Dit waren geen snelle meningetjes, maar doordachte overwegingen van mensen die dagelijks in de zorg werken. Ze zien de knelpunten van dichtbij, begrijpen de financiële stromen en weten wat wel en niet werkt in de praktijk. Een verpleegkundig specialist zei het zo: "We hebben topzorg nodig, maar die moet wel toegankelijk zijn. Als je voor elke specialistische behandeling naar een umc moet, creëer je onbedoeld een tweedeling." ### De volgende stap Deze uitkomst is geen eindpunt, maar een begin. Het zet ons aan het denken over hoe we zorg anders kunnen organiseren. Hoe we kwaliteit kunnen behouden maar de toegankelijkheid kunnen verbeteren. Hoe we innovatie kunnen stimuleren zonder dat dit ten koste gaat van de dagelijkse praktijk. Het mooie is dat het gesprek nu gevoerd wordt. Niet door politici of bestuurders alleen, maar door de mensen die er elke dag mee werken. Dat geeft hoop dat verandering mogelijk is – niet van bovenaf opgelegd, maar van binnenuit gegroeid. Dus ja, Marian Kaljouw staat niet alleen. En dat is goed nieuws. Want als zoveel professionals hetzelfde zien, betekent dat dat er draagvlak is voor verbetering. En in de zorg, net als bij persoonlijke alarmering, draait alles uiteindelijk om één ding: het leven van mensen beter, veiliger en waardiger maken.