Is Nederland inderdaad te vol met UMC's? De verrassende mening van velen
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~3 min

De stelling dat Nederland te veel UMC's heeft blijkt breed gedragen. Uit een peiling onder zorgprofessionals komt naar voren dat velen het eens zijn met Marian Kaljouw's analyse over de versnippering van academische zorg.
Weet je, ik was laatst aan het denken over die uitspraak van Marian Kaljouw over universitaire medische centra in Nederland. Ze beweerde dat we er simpelweg te veel hebben. Nu hoor ik je misschien denken: 'Dat is wel een behoorlijk stevige stelling.' En dat vond ik zelf ook, eerlijk gezegd.
Maar toen gebeurde er iets interessants. Er werd een peiling gehouden onder professionals in de zorg, en de resultaten waren... verrassend. Het bleek dat Kaljouw helemaal niet zo alleen staat in haar mening als je in eerste instantie zou verwachten.
### Wat de peiling ons echt vertelt
De cijfers spreken boekdelen. Veruit de meeste deelnemers aan die peiling bleken het roerend met haar eens te zijn. Dat zette me aan het denken. Waarom voelen zoveel mensen in het veld dit zo? Is het gewoon een gevoel, of zit er meer achter?
Ik sprak de afgelopen tijd met verschillende zorgprofessionals, en hun argumenten komen vaak op hetzelfde neer:
- Versnippering van expertise en middelen
- Hogere kosten door parallelle structuren
- Moeilijkere samenwerking tussen centra
- Lange reistijden voor patiënten in sommige regio's
Natuurlijk, er zijn ook tegenargumenten. Lokale toegankelijkheid is belangrijk, en gespecialiseerde zorg moet beschikbaar blijven. Maar de kernvraag blijft: hebben we echt acht volledige UMC's nodig in een land van ongeveer 42.000 vierkante kilometer?
### De menselijke kant van de discussie
Wat me het meest raakte tijdens deze gesprekken, was hoe persoonlijk het voor veel professionals is. Een verpleegkundige vertelde me: 'We zien dagelijks de uitdagingen. Soms voelt het alsof we tegen elkaar concurreren in plaats van samenwerken voor de patiënt.'
Dat is het punt, denk ik. Het gaat niet alleen om cijfers of efficiëntie, maar om hoe we zorg organiseren zodat die écht werkt voor de mensen die hem nodig hebben. En voor de mensen die hem leveren.
Er is een mooi Nederlands gezegde: 'Overdaad schaadt.' Misschien is dat waar we hier naar moeten kijken. Niet naar het sluiten van centra, maar naar slimmere samenwerking. Meer complementair werken in plaats van parallel.
### Waar gaan we nu heen?
Deze peiling is natuurlijk geen blauwdruk voor beleid. Maar het is wel een belangrijk signaal uit het veld. Wanneer zoveel professionals hetzelfde gevoel hebben, is het de moeite waard om daar serieus naar te luisteren.
Ik denk dat we op een kantelpunt staan. De zorgvraag verandert, de technologie ontwikkelt zich razendsnel, en de financiële druk neemt toe. Misschien is dit het moment om fundamenteel na te denken over hoe we onze topzorg het beste kunnen organiseren.
Wat duidelijk is geworden uit deze hele discussie, is dat Marian Kaljouw haar mening deelt met veel collega's. En dat op zich is al waardevol om te weten. Het toont aan dat er binnen de sector zelf behoefte is aan een gesprek over de toekomstige inrichting van onze academische zorg.
Dus laten we dat gesprek vooral blijven voeren. Met respect voor ieders expertise, met oog voor de patiënt, en met het besef dat goede zorg altijd maatwerk blijft - ook in hoe we die zorg organiseren.