Minister houdt voet bij stuk: nulurencontracten verboden
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

Minister Hans Vijlbrief houdt voet bij stuk: nulurencontracten in de zorg blijven verboden. ActiZ krijgt geen tegemoetkoming, maar volgens de minister is er voldoende flexibiliteit voor werkgevers binnen de nieuwe regels.
Het is een onderwerp dat al maanden door de zorgsector rolt: nulurencontracten. En nu lijkt er echt een streep doorheen te gaan. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken komt ActiZ, de brancheorganisatie voor zorgondernemers, niet tegemoet. Het verbod blijft gewoon staan.
"Het is echt mijn stellige overtuiging dat dit voldoende flexibiliteit geeft aan ActiZ en de werkgevers om te doen wat ze willen doen," zegt de minister. Klinkt dat een beetje stellig? Dat is het ook. Maar laten we eens kijken wat dit eigenlijk betekent voor de praktijk.
### Wat betekent dit verbod concreet?
Voor veel zorgmedewerkers is het dagelijkse realiteit: je weet pas op de dag zelf of je werkt. En hoeveel uur. Dat geeft onzekerheid. Financieel, maar ook in je privéleven. Hoe plan je een afspraak bij de tandarts? Of een dagje weg met de kinderen?
Het nieuwe verbod betekent dat werkgevers minimaal moeten aangeven hoeveel uur je per week werkt. Geen verrassingen meer op maandagochtend. Geen telefoontjes om te zeggen dat je toch niet nodig bent. Voor duizenden zorgmedewerkers betekent dat rust. En dat is hard nodig in een sector waar de werkdruk al zo hoog ligt.
### De flexibiliteit waar de minister het over heeft
ActiZ en werkgevers waren bang dat ze helemaal geen ruimte meer zouden hebben. Maar volgens minister Vijlbrief is die er wel. Hij noemt een paar voorbeelden:
- Werkgevers kunnen nog steeds werknemers oproepen bij piekdrukte
- Er zijn mogelijkheden voor invallers bij ziekte
- Parttime contracten met aanvullende uren blijven mogelijk
Het gaat er vooral om dat de basis duidelijk is. Je hebt een contract voor een bepaald aantal uur. Alles daarboven is extra, maar niet verplicht. Dat geeft beide partijen houvast.
### Wat betekent dit voor de zorg?
We moeten eerlijk zijn: dit gaat niet alleen over regeltjes. Het gaat over mensen. Over de verpleegkundige die na haar nachtdienst niet weet of ze volgende week kan betalen. Over de helpende die haar kind niet naar zwemles kan brengen omdat ze 'op call' moet staan.
Een zorgmedewerker vertelde me laatst: "Soms voel ik me net een reservelampje. Ze zetten me aan als ze me nodig hebben, en anders blijf ik in de kast." Dat gevoel moet verdwijnen. En dit verbod is een grote stap in die richting.
### De toekomst van werken in de zorg
De zorg staat voor enorme uitdagingen. Vergrijzing, personeelstekort, toenemende complexiteit. In die context is zekerheid voor medewerkers geen luxe, maar noodzaak. Wie wil er nog in de zorg werken als je niet weet of je huur volgende maand betaald wordt?
Minister Vijlbrief lijkt dat te begrijpen. Zijn woorden zijn niet voor niets zo stellig. Hij zet in op kwaliteit van werk, en daarmee indirect op kwaliteit van zorg. Want een tevreden medewerker geeft betere zorg. Dat weten we allemaal.
Het zal even wennen zijn voor werkgevers. Andere sectoren hebben deze overstap al gemaakt. En weet je wat? Het kan gewoon. Met goede planning, met respect voor menselijk kapitaal, en met het besef dat zekerheid niet hetzelfde is als rigiditeit.
Zoals de minister het zegt: er is genoeg flexibiliteit. Maar dan wel binnen duidelijke kaders. En dat is precies waar het om draait in goede arbeidsrelaties. Weten waar je aan toe bent. Dat geldt voor werkgevers, maar zeker ook voor werknemers.
De komende maanden zullen laten zien hoe dit in de praktijk uitpakt. Maar één ding is duidelijk: de tijd van nulurencontracten in de zorg is voorbij. En dat is, in mijn ogen, een goede zaak voor iedereen.