Waarom minder gz-psychologen opleiden een zorgelijke keuze is

·
Luister naar dit artikel~4 min
Waarom minder gz-psychologen opleiden een zorgelijke keuze is

Minister Sterk wil minder gz-psychologen opleiden dan het Capaciteitsorgaan adviseert. Anita Wydoodt van Parnassia Groep noemt dat een bijzonder besluit dat haaks staat op de eigen doelstellingen om wachttijden in de ggz te verkorten.

De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zijn al jaren een groot probleem. Mensen die hulp nodig hebben, moeten soms maanden wachten voordat ze aan de beurt zijn. En juist nu het kabinet zegt die wachttijden te willen terugdringen, komt er een besluit dat daar haaks op staat. Minister Mirjam Sterk van Langdurige zorg heeft namelijk besloten om veel minder gz-psychologen op te leiden dan het Capaciteitsorgaan adviseert. Dat adviesorgaan berekent op basis van zorgvraag en capaciteit hoeveel zorgprofessionals Nederland nodig heeft. En dat aantal ligt dus een stuk hoger dan wat de minister nu wil toestaan. Anita Wydoodt, bestuursvoorzitter van Parnassia Groep, is daar duidelijk over. "Dit is wel een heel bijzonder besluit als je als kabinet zegt de wachttijden in de ggz te willen terugdringen." Ze heeft gelijk. Het is moeilijk te begrijpen waarom je aan de ene kant zegt dat je de zorg toegankelijker wilt maken, terwijl je aan de andere kant de aanvoer van nieuw personeel beperkt. ### Wat betekent dit voor de ggz? Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is een belangrijk akkoord waarin afspraken zijn gemaakt over de toekomst van de zorg. Een van die afspraken is dat er voldoende personeel moet zijn om de groeiende zorgvraag aan te kunnen. Door nu minder opleidingsplaatsen toe te staan, ondermijn je die afspraak. De gevolgen zijn groot: - Wachttijden worden langer in plaats van korter - Bestaande zorgprofessionals krijgen nog meer werkdruk - Mensen met psychische klachten moeten nog langer wachten op hulp - De kwaliteit van zorg komt verder onder druk te staan Dat is zorgwekkend, zeker omdat de vraag naar psychische hulp de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Jongeren, ouderen, werkenden – steeds meer mensen zoeken ondersteuning. En die ondersteuning moet er gewoon zijn. ### Waarom dit besluit zo opvallend is Het Capaciteitsorgaan doet niet zomaar een wilde gok. Het baseert haar advies op uitgebreide analyses van de zorgvraag, vergrijzing, instroom van nieuwe cliënten en uitstroom van personeel. Als de minister dat advies naast zich neerlegt, moet daar een heel sterke reden voor zijn. Tot nu toe is die reden niet duidelijk gemaakt. En dat zorgt voor onrust binnen de sector. Zorginstellingen zoals Parnassia Groep investeren al jaren in opleidingen en begeleiding van nieuwe psychologen. Die investering wordt nu deels tenietgedaan. ### Wat er op het spel staat Het gaat hier niet alleen om cijfers en beleidsafspraken. Het gaat om mensen die op dit moment thuis zitten met angstklachten, depressies of trauma's. Mensen die dringend behoefte hebben aan professionele begeleiding. Elke maand dat zij langer moeten wachten, is een maand te veel. Een wachtende cliënt is geen statistiek. Het is iemand die misschien niet meer durft te werken, niet meer kan genieten van het leven, of zich volledig terugtrekt uit de samenleving. De maatschappelijke kosten daarvan zijn enorm, zowel menselijk als financieel. ### Wat er nu moet gebeuren De reactie van Wydoodt is niet alleen kritiek, het is ook een oproep. Een oproep aan de minister om haar besluit te heroverwegen. Een oproep om het Capaciteitsorgaan serieus te nemen. En een oproep om te investeren in de toekomst van de ggz, in plaats van erin te snijden. Het is te hopen dat dit besluit niet definitief is. Want zonder voldoende gz-psychologen kunnen we de wachttijden niet terugdringen. Sterker nog: ze zullen alleen maar verder oplopen. En dat is precies het tegenovergestelde van wat het kabinet zegt te willen bereiken. De komende weken zullen uitwijzen of de minister haar koers aanpast. Tot die tijd blijft de zorgsector in spanning. En blijven wij ons afvragen waarom een besluit dat zo duidelijk schadelijk is voor de zorg, toch genomen wordt. Soms voelt het alsof beleid en praktijk mijlenver uit elkaar liggen. Dit is zo'n moment.