Waarom minder gz-psychologen opleiden de ggz-wachttijden juist verlengt

·
Luister naar dit artikel~5 min
Waarom minder gz-psychologen opleiden de ggz-wachttijden juist verlengt

Minister Sterk kiest voor minder opleidingsplaatsen voor gz-psychologen dan geadviseerd. Parnassia Groep noemt dit besluit haaks op het AZWA en de belofte om wachttijden te verkorten. Wat betekent dit voor de ggz?

De Nederlandse geestelijke gezondheidszorg staat al jaren onder druk. Wachttijden lopen op, mensen wachten maanden op een intake en de druk op zorgverleners is immens. Toch lijkt het kabinet een opvallende keuze te maken: er komen juist minder opleidingsplaatsen voor gz-psychologen dan het Capaciteitsorgaan adviseert. Anita Wydoodt, bestuursvoorzitter van Parnassia Groep, heeft daar duidelijke woorden voor over. "Dit is wel een heel bijzonder besluit als je als kabinet zegt de wachttijden in de ggz te willen terugdringen", zegt ze. En ze heeft gelijk. Het voelt alsof je een lekke band probeert te plakken terwijl je de ventiel eruit trekt. Je wilt vooruit, maar de basis is gewoon niet op orde. ### Wat is er precies aan de hand? Minister Mirjam Sterk van Langdurige zorg heeft besloten om fors minder geld vrij te maken voor de opleiding van gz-psychologen. Het Capaciteitsorgaan, het onafhankelijke adviesorgaan dat de behoefte aan zorgpersoneel in kaart brengt, adviseert een flink hoger aantal. Het kabinet kiest er dus bewust voor om dat advies naast zich neer te leggen. En dat terwijl het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) juist is opgesteld om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Het is een beslissing die veel vragen oproept. Want waarom zou je investeren in een akkoord dat de zorg moet verbeteren, om vervolgens de pijler onder die zorg weg te zagen? Het is een van die momenten waarop beleid en praktijk elkaar lijken te missen. ### De gevolgen voor de praktijk Voor zorginstellingen zoals Parnassia Groep betekent dit concreet dat ze minder goed in staat zijn om nieuwe zorgverleners op te leiden. En dat terwijl de vraag naar psychologische hulp juist blijft groeien. De afgelopen jaren zien we steeds meer mensen met angstklachten, depressies en burn-outverschijnselen. De wachtlijsten worden langer, niet korter. - Minder opleidingsplaatsen betekent minder instroom van nieuwe professionals - Bestaande teams raken overbelast en lopen het risico op uitval - Wachttijden voor cliënten kunnen verder oplopen - De kwaliteit van zorg komt onder druk te staan Het is een vicieuze cirkel waar we moeilijk uit lijken te komen. ### Waarom dit besluit zo opvallend is Het meest opvallende is misschien wel de timing. De overheid zegt regelmatig dat de ggz een prioriteit is. Er zijn programma's om de wachttijden te verkorten, initiatieven om vroegsignalering te verbeteren en er wordt geïnvesteerd in preventie. Maar zonder voldoende opgeleide psychologen heeft dat allemaal weinig zin. Je kunt wel meer mensen doorverwijzen, maar als er niemand is om ze te behandelen, schiet je er niets mee op. Wydoodt verwoordt het treffend. Het is een bijzonder besluit, zeker in het licht van alle beloften. Het roept de vraag op of er voldoende wordt nagedacht over de lange termijn. Want opleiden kost tijd. Als je nu knipt in de instroom, merk je dat pas over jaren in de praktijk. En dan is het te laat om snel bij te sturen. ### Wat betekent dit voor jou? Of je nu zelf zorg nodig hebt, iemand kent die op een wachtlijst staat of gewoon geïnteresseerd bent in hoe de zorg er in Nederland voor staat, dit besluit raakt ons allemaal. Het bepaalt hoe snel je geholpen wordt als je psychische hulp nodig hebt. En hoe goed die hulp is. In een land waar solidariteit en toegankelijkheid hoog in het vaandel staan, is dat geen onbelangrijk detail. Laten we hopen dat dit besluit wordt heroverwogen. En dat het kabinet de adviezen van het Capaciteitsorgaan serieus neemt. Want alleen met voldoende goed opgeleide psychologen kunnen we de wachttijden echt terugdringen. Alles anders is dweilen met de kraan open. ### Een oproep tot bezinning Dit onderwerp verdient meer aandacht dan het tot nu toe heeft gekregen. Het is geen technisch detail, maar een fundamentele keuze over hoe we in Nederland met elkaar voor elkaar willen zorgen. De komende maanden zal blijken of er ruimte is voor bijstelling. Tot die tijd blijft het een zorgwekkende ontwikkeling, die we niet uit het oog mogen verliezen. De vraag is niet of we meer psychologen nodig hebben. De vraag is of we bereid zijn om daar nu in te investeren, voordat de problemen echt uit de hand lopen. Dat antwoord zal de komende tijd bepalend zijn voor de toekomst van de ggz in Nederland.