Waarom minder gz-psychologen opleiden de ggz-wachttijden alleen maar langer maakt
Margriet Bos ยท
Luister naar dit artikel~5 min

Minister Sterk wil minder gz-psychologen opleiden dan het Capaciteitsorgaan adviseert. Anita Wydoodt noemt dit besluit haaks op het AZWA. Wat betekent dit voor de ggz en ouderenzorg?
De Nederlandse geestelijke gezondheidszorg staat al jaren onder druk. Wachttijden lopen op, mensen wachten maanden op hulp en de zorgvraag blijft stijgen. Toch heeft minister Mirjam Sterk van Langdurige zorg onlangs een besluit genomen dat haaks staat op die realiteit: er komen veel minder opleidingsplaatsen voor gz-psychologen dan het Capaciteitsorgaan adviseert.
Dat schuurt niet alleen met de praktijk, maar ook met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), waarin afspraken staan over betere en snellere zorg. Anita Wydoodt, bestuursvoorzitter van Parnassia Groep, is er duidelijk over: "Dit is wel een heel bijzonder besluit als je als kabinet zegt de wachttijden in de ggz te willen terugdringen."
En ze heeft gelijk. Want hoe kun je wachttijden verkorten als je tegelijkertijd de aanvoer van nieuwe zorgverleners beperkt? In dit artikel duiken we dieper in de gevolgen van dit besluit, waarom het Capaciteitsorgaan juist meer plaatsen adviseert en wat dit betekent voor jou als professional in de ouderenzorg of persoonsalarmering.
### Wat is het Capaciteitsorgaan en waarom telt hun advies?
Het Capaciteitsorgaan is het onafhankelijke adviesorgaan dat berekent hoeveel zorgprofessionals Nederland de komende jaren nodig heeft. Ze kijken naar demografische ontwikkelingen, de zorgvraag en het aantal mensen dat met pensioen gaat. Op basis daarvan adviseren ze over het aantal opleidingsplaatsen per beroepsgroep.
Voor gz-psychologen ligt dat advies dus hoger dan wat de minister nu toestaat. Dat betekent concreet dat er minder psychologen worden opgeleid dan nodig is om de zorgvraag aan te kunnen. En dat terwijl de vraag naar psychische hulp juist toeneemt, ook onder ouderen.
- Meer ouderen met depressieve klachten of angststoornissen
- Langer thuis wonen vraagt om meer ambulante psychische ondersteuning
- Doorvergrijzing zorgt voor een groeiend beroep op de ggz
### De gevolgen voor de ouderenzorg en persoonsalarmering
Je vraagt je misschien af: wat heeft dit met persoonlijke alarmen te maken? Meer dan je denkt. Veel ouderen die gebruikmaken van persoonsalarmering hebben ook psychische problematiek. Denk aan eenzaamheid, beginnende dementie of angst om te vallen. Juist deze groep heeft baat bij snelle en laagdrempelige psychologische hulp.
Maar als de wachttijden oplopen, betekent dat dat ouderen langer zonder de juiste zorg zitten. In de tussentijd zijn het vaak de alarmcentrales en mantelzorgers die de vinger aan de pols houden. Dat is waardevol, maar het vervangt geen professionele behandeling. En het legt extra druk op een systeem dat al overbelast is.
### Waarom het besluit van minister Sterk opvallend is
Het is niet zo dat de minister geen oog heeft voor de ggz. In haar eigen plannen benadrukt ze juist het belang van preventie en vroegtijdige hulp. Maar door minder psychologen op te leiden, maak je dat streven bijna onmogelijk. Het is alsof je een lekkend dak wilt repareren maar de loodgieter geen materialen geeft.
Wydoodt verwoordt het treffend: "Als je als kabinet zegt de wachttijden te willen terugdringen, moet je ook de opleidingscapaciteit vergroten. Dit besluit ondermijnt het AZWA en zet de zorg voor kwetsbare mensen verder onder druk."
### Wat betekent dit voor de toekomst?
De effecten van dit besluit zijn niet morgen zichtbaar, maar over een paar jaar wel. Opleidingstrajecten duren jaren. Wie nu geen opleidingsplek krijgt, staat over drie of vier jaar niet aan het bed. En dan wordt het gat in de zorg alleen maar groter.
Voor professionals in de ouderenzorg betekent dit dat je nog meer moet improviseren. Je zult vaker doorverwijzen naar zorg die er eigenlijk niet is. En je zult vaker moeten uitleggen waarom iemand maanden moet wachten op hulp. Dat is frustrerend, zowel voor jou als voor de mensen die je begeleidt.
### Wat kun je zelf doen?
Ook al gaat dit besluit boven je macht, er zijn wel degelijk dingen die je kunt doen:
- Blijf investeren in preventieve zorg en vroege signalering
- Werk nauw samen met huisartsen en praktijkondersteuners
- Maak gebruik van technologie, zoals persoonsalarmering met tweerichtingscommunicatie
- Deel je zorgen met beleidsmakers en beroepsverenigingen
Hoe meer geluid er komt vanuit de praktijk, hoe moeilijker het wordt om dit soort besluiten te negeren. Want uiteindelijk draait het om รฉรฉn ding: goede zorg voor mensen die dat hard nodig hebben. En dat begint bij voldoende opgeleide professionals.