Kankermedicijnen: toegang halveert, wachttijd verdubbelt
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

De toegang tot nieuwe kankermedicijnen in Nederland is in vier jaar tijd gehalveerd: van 80% naar 41%. De wachttijd is verdubbeld naar 525 dagen. Lees wat dit betekent voor patiënten en wat er misgaat in de zorg.
Het nieuws slaat in als een bom: de toegang tot nieuwe kankermedicijnen in Nederland is in vier jaar tijd bijna gehalveerd. Waar in 2021 nog 80% van de nieuwe oncologische middelen beschikbaar was, is dat in 2025 nog maar 41%. En alsof dat nog niet genoeg is, is de gemiddelde wachttijd verdubbeld van 270 dagen naar maar liefst 525 dagen. Dat is bijna anderhalf jaar wachten op een middel dat je leven kan redden. Laten we even stilstaan bij wat dit betekent voor patiënten, artsen en de zorg in het algemeen.
### Wat is er precies aan de hand?
Het gaat hier om nieuwe oncologische middelen die de afgelopen vier jaar in Europa zijn toegelaten. Van die middelen is nu nog maar 41% beschikbaar voor Nederlandse patiënten. Dat is een daling van bijna 40 procentpunt. De wachttijd is niet alleen langer geworden, maar ook de onzekerheid neemt toe. Patiënten die afhankelijk zijn van deze medicijnen, moeten soms maanden langer wachten dan hun Europese buren.
Waarom gebeurt dit? Er spelen meerdere factoren mee:
- De prijsonderhandelingen tussen farmaceuten en de overheid duren steeds langer.
- Zorgverzekeraars zijn terughoudend met vergoedingen vanwege budgettaire druk.
- De beoordelingsprocedures van het Zorginstituut Nederland zijn complexer geworden.
Het resultaat? Een systeem dat langzamer draait dan ooit, terwijl de behoefte aan snelle toegang groter is dan ooit.
### De impact op patiënten
Stel je voor: je krijgt de diagnose kanker, en je arts vertelt dat er een nieuw medicijn is dat je kansen aanzienlijk kan verbeteren. Maar dan hoor je dat je er gemiddeld 525 dagen op moet wachten. Dat is geen abstract getal – dat zijn 525 dagen van hoop, angst en onzekerheid. Voor veel patiënten is tijd letterlijk levensreddend.
Een citaat van een oncoloog uit een recente studie: "We zien steeds vaker dat patiënten uitwijken naar het buitenland, of dat ze simpelweg niet meer in aanmerking komen voor een middel omdat de ziekte tijdens het wachten is verergerd." Dit is een schrijnende realiteit die we niet mogen negeren.
### Hoe verhoudt Nederland zich tot andere landen?
Nederland was ooit een koploper in Europa als het gaat om toegang tot nieuwe geneesmiddelen. Nu zakken we weg naar de middenmoot. In Duitsland en Frankrijk zijn nieuwe oncologische middelen vaak binnen enkele maanden beschikbaar. In Zwitserland zelfs nog sneller. De reden? Die landen hanteren een ander vergoedingssysteem, waarbij de onderhandelingen korter duren en er meer ruimte is voor tijdelijke vergoedingen.
- In Duitsland is de gemiddelde wachttijd ongeveer 120 dagen.
- In Frankrijk ligt dat rond de 150 dagen.
- In Nederland zijn we nu op 525 dagen.
Dat is een wereld van verschil. En het zet extra druk op de Nederlandse zorgprofessionals, die hun patiënten steeds vaker moeten teleurstellen.
### Wat kunnen we doen?
Het is makkelijk om te wijzen naar de overheid of de farmaceutische industrie, maar de oplossing is complex. Wat we wel kunnen doen, is het gesprek op gang houden. Patiëntenorganisaties pleiten voor:
- Een snellere beoordelingsprocedure voor oncologische middelen.
- Meer transparantie in prijsonderhandelingen.
- Tijdelijke vergoedingen voor middelen die veelbelovend zijn.
Daarnaast is het belangrijk dat zorgverzekeraars en het Zorginstituut Nederland hun processen stroomlijnen. Elke dag vertraging is een dag te veel voor iemand die vecht voor zijn leven.
### Tot slot
De cijfers liegen er niet om: de toegang tot nieuwe kankermedicijnen in Nederland is dramatisch verslechterd. Maar dit is geen ver-van-je-bed-show. Het raakt ons allemaal, direct of indirect. Laten we hopen dat de politiek en de zorgsector de handen ineenslaan om deze trend te keren. Want elke patiënt verdient een eerlijke kans op een behandeling – en wel op tijd.