Waarom de Kamerbrief van minister Sterk zorgbestuurders hoofdpijn bezorgt
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~5 min

De Kamerbrief van minister Sterk over winstuitkeringen in de zorg zorgt vooral voor onduidelijkheid en onrust. Zorgjuristen en bestuurders willen duidelijkheid, maar die blijft vooralsnog uit. Wat betekent dit voor de sector?
Het moet maar eens afgelopen zijn met exorbitante winstuitkeringen in de zorg. Dat is de boodschap van het kabinet-Jetten. Maar hoe je dat precies goed regelt? Daar wordt inmiddels al jaren over gediscussieerd. VWS-minister Sterk lijkt nu eindelijk iets te doen, maar volgens zorgjuristen is haar Kamerbrief, die vlak voor het reces werd gepubliceerd, vooral onduidelijk en ontwrichtend.
Je zou denken: heldere regels, dan weten we waar we aan toe zijn. Maar niets is minder waar. De brief roept meer vragen op dan hij beantwoordt. En dat terwijl zorginstellingen, van verpleeghuizen tot thuiszorgorganisaties, juist zitten te wachten op duidelijkheid. Ze moeten hun begrotingen opstellen, investeringsbeslissingen nemen en afspraken maken met banken en investeerders. Zonder heldere kaders is dat schieten in het donker.
### Wat staat er precies in de Kamerbrief?
De minister wil een einde maken aan winstuitkeringen die volgens haar de zorgkwaliteit onder druk zetten. Het idee is simpel: geld dat bedoeld is voor zorg, moet ook echt naar zorg gaan. Maar de uitwerking blijkt weerbarstig. De brief bevat namelijk nogal wat open eindjes. Zo is het bijvoorbeeld niet duidelijk welke zorgaanbieders precies onder de nieuwe regels vallen. Gaat het alleen om instellingen met winstoogmerk, of ook om stichtingen en coöperaties die een bescheiden reserve willen opbouwen?
Advocaten die gespecialiseerd zijn in zorgrecht, zijn daarover duidelijk: zo kan het niet. Een Kamerbrief die vlak voor het reces verschijnt, zonder concrete wettekst of overgangstermijn, zorgt vooral voor onzekerheid. En onzekerheid is funest voor investeringen. Private partijen die willen bijdragen aan innovatie in de zorg, haken af. Zij willen weten waar ze aan toe zijn, en dat is nu juist het probleem.
### De gevolgen voor zorginstellingen en investeerders
De onduidelijkheid heeft directe gevolgen. Zorginstellingen die afhankelijk zijn van externe financiering, kunnen nu moeilijk nieuwe projecten starten. Denk aan de bouw van een nieuwe vleugel voor dementiezorg of de aanschaf van slimme sensoren die valincidenten helpen voorkomen. Zulke investeringen kosten al snel honderdduizenden euro's, soms zelfs miljoenen. Zonder duidelijkheid over winstuitkeringen durven investeerders dat geld niet vrij te maken.
Daar komt nog iets bij: de timing. Een brief vlak voor het reces betekent dat er maandenlang geen reactie komt op vragen uit de sector. Ondertussen moeten bestuurders wel beslissingen nemen. Ze kunnen niet wachten tot de politiek weer op stoom is. De praktijk vraagt om voortgang, om keuzes, om lef. Maar dat lef wordt nu afgestraft door een minister die zelf ook nog niet precies weet hoe ze het wil gaan doen.
### Wat is er nodig om het wél goed te regelen?
Om te beginnen: een helder wettelijk kader met duidelijke definities. Wat is een exorbitante winstuitkering? Waar ligt de grens? En hoe wordt gehandhaafd? Zonder die duidelijkheid blijft het giswerk. Daarnaast is er behoefte aan een fatsoenlijke overgangsregeling. Instellingen die nu al jarenlang op een bepaalde manier werken, kunnen niet van de ene op de andere dag hun hele bedrijfsvoering omgooien. Dat zou de zorgcontinuïteit in gevaar brengen, en dat wil niemand.
Tot slot zou de minister vooral in gesprek moeten gaan met de sector zelf. Niet alleen met advocaten en bestuurders van grote instellingen, maar ook met zorgverleners op de werkvloer en met cliëntenraden. Zij weten als geen ander waar de schoen wringt. Een Kamerbrief schrijven vanuit Den Haag is één ding, maar echte verandering begint pas als je luistert naar de mensen die dagelijks met de gevolgen te maken hebben.
### De komende maanden worden cruciaal
De komende maanden zullen uitwijzen of minister Sterk haar woorden weet om te zetten in daden. De sector is niet tegen strengere regels, integendeel. Ook zorgbestuurders willen geen misbruik van zorgbudgetten. Maar ze willen wel duidelijkheid, rechtszekerheid en een gelijk speelveld. Zolang die er niet is, blijft de zorg in onzekerheid verkeren. En dat is slecht voor iedereen: voor de instellingen, voor de investeerders, maar bovenal voor de ouderen en andere zorgbehoevenden die afhankelijk zijn van goede en betrouwbare zorg.
Kortom: de intentie van de minister is begrijpelijk, maar de uitvoering schiet tekort. Het is nu aan haar om met een concrete, uitvoerbare en goed doordachte regeling te komen. De tijd dringt. De sector kan niet nog jaren wachten op duidelijkheid. Hopelijk komt die er snel, want de zorg verdient beter dan een halfbakken Kamerbrief die vooral voor verwarring zorgt.