Hoe één huisartsenpraktijk 30% minder doorverwijzingen realiseert
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~4 min

In Werkendam nemen huisartsen van praktijk de Doktershoek meer specialistische taken op zich. Langere consulten en minder patiënten per dag leiden tot opmerkelijke resultaten: tot 30% minder doorverwijzingen naar het ziekenhuis.
Heb je weleens gedacht dat je huisarts misschien ook een beetje chirurg, orthopeed of neuroloog zou kunnen zijn? In Werkendam is dat precies wat er gebeurt. In huisartsenpraktijk de Doktershoek nemen artsen steeds meer medisch-specialistische taken op zich. En de resultaten zijn opmerkelijk.
Het is een andere manier van werken, dat wel. Consulten duren langer – soms wel dubbel zo lang als in een reguliere praktijk. Het aantal patiënten per dag ligt daardoor lager. Maar wat levert het op? Huisarts Vincent Coenen ziet het effect dagelijks: “Het aantal verwijzingen kan tot 30 procent dalen.”
### Wat maakt deze aanpak zo anders?
Je kent het wel: je gaat naar de huisarts met een specifiek probleem, en voor je het weet krijg je een verwijsbrief voor de specialist. Dat traject duurt vaak weken, soms maanden. In de Doktershoek proberen ze dat waar mogelijk te omzeilen. De artsen hebben zich bijgeschoold in verschillende disciplines.
Ze kunnen bijvoorbeeld:
- Eenvoudige orthopedische ingrepen uitvoeren
- Bepaalde chirurgische handelingen verrichten
- Oogheelkundige problemen diagnosticeren
- Neurologische klachten beter beoordelen
Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, toch? Maar het vraagt wel om een andere mentaliteit. Van zowel arts als patiënt.
### De voordelen voor patiënten
Stel je voor: je hebt last van je schouder. In plaats van weken te wachten op een afspraak bij de orthopeed, kan jouw eigen huisarts je vaak helpen. Dat scheelt niet alleen tijd, maar ook reisafstand – soms tientallen kilometers heen en terug naar het ziekenhuis. En misschien wel het belangrijkste: je blijft in je vertrouwde omgeving.
De langere consulttijd betekent ook dat er ruimte is voor het echte gesprek. Artsen kunnen beter doorvragen, de context begrijpen. Soms blijkt een lichamelijke klacht namelijk verband te houden met andere factoren. Stress, levensstijl, of sociale omstandigheden. In een standaard consult van tien minuten komt dat er vaak bij in.
### De impact op de zorgkosten
Laten we even rekenen. Een verwijzing naar een medisch specialist kost al snel honderden euro's. Als 30% van die verwijzingen niet nodig blijkt, loopt de besparing snel op. Voor de praktijk, maar zeker ook voor de maatschappij als geheel.
Vincent Coenen legt het helder uit: “Elke patiënt die we zelf kunnen helpen, belast het ziekenhuis minder. Dat betekent kortere wachtlijsten voor de mensen die écht specialistische zorg nodig hebben.”
Het is een win-win-situatie. Patiënten krijgen sneller de juiste hulp, en het zorgsysteem wordt ontlast. Toch vraagt deze werkwijze wel wat van de artsen. Ze moeten continu bijleren, zich verdiepen in nieuwe ontwikkelingen. Het is geen negen-tot-vijf baan.
### Is dit de toekomst van de huisartsenzorg?
De vraag is natuurlijk of dit model op grotere schaal toegepast kan worden. Niet elke huisarts heeft de ambitie of mogelijkheid om zich zo breed te scholen. En niet elke praktijk kan het zich veroorloven om minder patiënten per dag te zien.
Maar het voorbeeld van de Doktershoek laat wel zien wat er mogelijk is. Als we de zorg toegankelijker en efficiënter willen maken, moeten we buiten de gebaande paden denken. Soms ligt de oplossing dichterbij dan we denken – gewoon, bij onze eigen huisarts.
Het vraagt om moed om het anders te doen. Om te investeren in tijd en scholing, terwijl het huidige systeem is ingericht op snelheid en volume. Maar als de resultaten zo overtuigend zijn, waarom zouden we het dan niet vaker proberen?
Misschien is dit wel precies wat onze zorg nodig heeft: niet meer specialisten, maar generalisten die net iets meer kunnen. Artsen die de tijd nemen, die verder kijken dan alleen de klacht van vandaag. Die een schouder kunnen onderzoeken zonder dat je daarvoor naar het ziekenhuis moet.
Zoals Coenen het zegt: “Het gaat niet om het overnemen van specialistische zorg, maar om het beter benutten van wat een huisarts al kan.” En daar kunnen we volgens mij alleen maar blij mee zijn.