Waarom de ggz in het Noorden juist nu extra kwetsbaar is

·
Luister naar dit artikel~6 min
Waarom de ggz in het Noorden juist nu extra kwetsbaar is

Het tekort aan gz-psychologen en geschrapte opleidingsplaatsen zetten de ggz in Noord-Nederland zwaar onder druk. Wat betekent dit voor wachtlijsten, zorgverleners en mensen die nu hulp nodig hebben?

Het was al geen geheim dat de geestelijke gezondheidszorg in Noord-Nederland onder druk staat. Maar de laatste ontwikkelingen maken het er niet beter op. Door een tekort aan gz-psychologen én het schrappen van opleidingsplaatsen, komen wachtlijsten nog verder onder spanning te staan. En dat terwijl de vraag naar hulp juist blijft groeien. Dit raakt niet alleen mensen die nu op hulp wachten. Het raakt ook de zorgverleners die keihard werken om iedereen te helpen. En uiteindelijk raakt het ons allemaal, want een gezonde samenleving begint bij goede mentale ondersteuning. Laten we eens kijken wat er precies aan de hand is. ### Wat is er precies aan de hand? Het aantal gz-psychologen in het Noorden neemt af. Dat komt deels doordat bestaande zorgverleners vertrekken of minder uren draaien. Maar het grotere probleem is de aanwas: er komen simpelweg te weinig nieuwe psychologen bij. De opleidingsplaatsen die hiervoor nodig zijn, worden geschrapt. Dat betekent dat de pijplijn richting de toekomst steeds leger raakt. De cijfers liegen er niet om. In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe is de instroom van nieuwe gz-psychologen de afgelopen jaren fors afgenomen. Terwijl het aantal mensen met psychische klachten juist toeneemt. Vooral onder jongeren en ouderen zien we een stijgende lijn. En dat zorgt voor een flinke scheve verhouding. ### Waarom juist het Noorden zo hard wordt geraakt Het Noorden heeft altijd al te maken gehad met een andere dynamiek dan de Randstad. De afstanden zijn groter, de bevolking is dunner verspreid en de zorgvoorzieningen liggen verder uit elkaar. Dat maakt het lastiger om zorg dichtbij huis te organiseren. Maar er is meer aan de hand. - Er zijn minder opleidingsplekken in het Noorden zelf, waardoor studenten vaak uitwijken naar het westen van het land. - Wie eenmaal in de Randstad werkt, komt niet snel terug naar het Noorden. - De werkdruk in de noordelijke ggz is hoog, waardoor uitval en burn-out vaker voorkomen. Het is een vicieuze cirkel. Minder opleidingsplekken betekent minder instroom. Minder instroom betekent hogere werkdruk voor wie overblijft. En hogere werkdruk betekent weer meer uitval. Zo blijft het probleem zichzelf versterken. ### Wat betekent dit voor mensen die hulp zoeken? Voor iemand die nu een hulpvraag heeft, zijn de gevolgen direct voelbaar. De wachttijden lopen op, soms tot wel een jaar voor gespecialiseerde zorg. Dat is niet alleen frustrerend, het kan ook schadelijk zijn. Hoe langer iemand wacht, hoe complexer de problematiek vaak wordt. Neem bijvoorbeeld iemand met een depressie die zes maanden moet wachten op behandeling. In die tijd kunnen klachten verergeren, relaties onder druk komen te staan en werk in gevaar komen. De zorg die uiteindelijk geboden wordt, moet dan intensiever zijn. En dat kost meer tijd en geld. Daarnaast zien we dat huisartsen in het Noorden steeds vaker vastlopen. Zij vangen veel signalen op, maar kunnen niet altijd doorverwijzen naar passende zorg. Daardoor blijven mensen langer in de eerste lijn hangen, met klachten die eigenlijk specialistische aandacht nodig hebben. ### Is er hoop voor de toekomst? Toch is het niet alleen maar somber. Er zijn initiatieven die het verschil kunnen maken. Zo experimenteren verschillende regio's met nieuwe vormen van zorg, zoals online behandelingen en groepsaanbod. Ook wordt er gekeken naar taakherschikking: bepaalde taken van gz-psychologen kunnen door andere zorgverleners worden overgenomen. Maar deze oplossingen lossen het onderliggende probleem niet op. Er moeten gewoon meer opleidingsplaatsen komen. En die moeten ook echt in het Noorden zelf worden gevestigd, zodat mensen er niet voor weg hoeven te trekken. Alleen dan kan de zorg in de regio op de lange termijn overeind blijven. ### Wat kan er nu al gebeuren? Het is makkelijk om te zeggen dat de overheid aan zet is. En dat is ook zo. Maar er liggen ook kansen voor zorginstellingen zelf. Door beter samen te werken, opleidingstrajecten te bieden aan eigen personeel en te investeren in behoud van medewerkers, kunnen zij een verschil maken. Daarnaast is er een rol weggelegd voor opleidingsinstellingen. Zij kunnen meer flexibele trajecten aanbieden, zodat mensen met een baan of zorgtaken makkelijker kunnen studeren. En voor gemeenten ligt er de uitdaging om de zorg dichter bij huis te organiseren, zodat de druk op de gespecialiseerde ggz afneemt. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. En dat is misschien wel de belangrijkste boodschap: dit probleem lossen we niet op met één enkele maatregel. Het vraagt om een combinatie van investeringen, slimme samenwerking en politieke keuzes. Alleen dan kan de ggz in het Noorden weer ademruimte krijgen. ### Een persoonlijke noot Als iemand die dagelijks met zorgverleners en zorgvragers spreekt, zie ik de frustratie van beide kanten. Zorgverleners willen niets liever dan goede zorg bieden, maar ze worden beperkt door tijd en middelen. En zorgvragers voelen zich vaak aan hun lot overgelaten. Dat is geen fijne plek om te zijn. Toch zie ik ook veerkracht. Mensen die creatieve oplossingen vinden, collega's die elkaar steunen en initiatieven die vanuit de praktijk ontstaan. Die energie is waardevol. Het laat zien dat er draagvlak is voor verandering. Nu de beleidsmakers nog.