FACT-teams zonder psychiater: Een gevaarlijk risico voor de ouderenzorg?

Β·
Luister naar dit artikel~4 min
FACT-teams zonder psychiater: Een gevaarlijk risico voor de ouderenzorg?

Veel FACT-teams werken zonder psychiater of gz-psycholoog, terwijl dat wel de richtlijn is. Ontdek de gevolgen voor de ouderenzorg en persoonlijke alarmering.

### Het probleem: FACT-teams zonder psychiater of gz-psycholoog Stel je voor: je werkt in een FACT-team en biedt zorg aan kwetsbare ouderen met complexe psychiatrische problemen. Maar er is geen psychiater of gz-psycholoog bij het team betrokken. Dat gebeurt vaker dan je denkt. De richtlijn schrijft voor dat er altijd een psychiater of gz-psycholoog aangehaakt moet zijn, maar in de praktijk wordt hier regelmatig van afgeweken. Het gevolg? Zorgmedewerkers staan er alleen voor, terwijl ze te maken hebben met ouderen die naast psychische klachten ook vaak lichamelijke aandoeningen hebben, zoals dementie of depressie. Zonder specialistische ondersteuning kunnen kleine problemen escaleren. En dat terwijl de vraag naar goede ouderenzorg alleen maar toeneemt. ### Waarom dit zo vaak misgaat Er zijn verschillende redenen waarom FACT-teams zonder psychiater werken. Soms is er simpelweg een tekort aan psychiaters en gz-psychologen, vooral in bepaalde regio's. Dan wordt er gekozen voor een pragmatische oplossing: het team draait door, maar zonder de vereiste expertise. Een andere reden is dat de richtlijn niet altijd even bekend is bij teamleiders of dat er onvoldoende budget is om een psychiater aan te trekken. Maar wat zijn de gevolgen? - **Verhoogd risico op fouten:** Zonder specialistische input kunnen verkeerde diagnoses worden gesteld of medicatie verkeerd worden voorgeschreven. - **Meer werkdruk voor sociaal werkers:** Zij moeten taken uitvoeren waarvoor ze niet zijn opgeleid, wat leidt tot stress en burn-out. - **Slechtere zorg voor ouderen:** Ouderen met complexe problemen krijgen niet de juiste behandeling, waardoor hun kwaliteit van leven afneemt. > β€œWe doen ons best, maar we missen gewoon de kennis om echt goede zorg te bieden,” zegt een sociaal werker die anoniem wil blijven. β€œAls er iets misgaat, sta je er alleen voor.” ### Wat betekent dit voor de persoonlijke alarmering van ouderen? Als ouderen niet de juiste psychiatrische zorg krijgen, kan dat leiden tot gevaarlijke situaties. Denk aan een oudere met een depressie die zijn persoonlijke alarm niet meer gebruikt, of iemand met dementie die verdwaalt. Persoonlijke alarmering is een essentieel hulpmiddel, maar het werkt alleen als de onderliggende problemen worden aangepakt. Een FACT-team zonder psychiater kan die problemen niet goed behandelen, waardoor de effectiviteit van alarmsystemen afneemt. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, zeker nu steeds meer ouderen langer thuis wonen. ### Oplossingen: Hoe kunnen we dit verbeteren? Gelukkig zijn er manieren om het tij te keren. Allereerst moeten zorgorganisaties ervoor zorgen dat de richtlijn wordt nageleefd. Dat betekent investeren in voldoende psychiaters en gz-psychologen, ook als dat lastig is. Daarnaast kunnen teams worden ondersteund met teleconsultatie: een psychiater op afstand die advies geeft. Verder is het belangrijk dat sociaal werkers worden bijgeschoold, zodat ze beter kunnen omgaan met complexe psychiatrische problemen. En niet te vergeten: er moet meer aandacht komen voor de specifieke uitdagingen van ouderenzorg binnen FACT-teams. Door deze stappen te nemen, kunnen we de kwaliteit van zorg verbeteren en ervoor zorgen dat ouderen veilig en met vertrouwen gebruik kunnen blijven maken van persoonlijke alarmering. ### Conclusie Het is duidelijk dat FACT-teams zonder psychiater of gz-psycholoog een risico vormen voor de zorg aan ouderen. Het ondermijnt niet alleen de kwaliteit van de zorg, maar ook de veiligheid van kwetsbare ouderen die afhankelijk zijn van persoonlijke alarmering. Laten we dus samenwerken om dit probleem aan te pakken. Want iedere oudere verdient goede zorg, met de juiste expertise aan boord.