Deeltijd in de zorg: waarom meer salaris niet de oplossing blijkt
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~5 min

Zes jaar lang probeert de zorgsector medewerkers te verleiden tot meer uren. Salarisverhoging blijkt niet de sleutel. De poll-uitslag toont wat wél werkt.
Het is een vraag die beleidsmakers, zorginstellingen en personeelsmanagers al jaren bezighoudt: hoe krijgen we zorgmedewerkers zover dat ze meer uren gaan draaien? Er zijn talloze projecten opgetuigd, bonusregelingen in het leven geroepen en gesprekken gevoerd. En toch? Na zes jaar is er vrijwel niets veranderd aan het hoge aantal zorgmedewerkers dat in deeltijd werkt. De uitslag van de poll van deze week laat precies zien waarom we de verkeerde vraag stellen.
Het is namelijk verleidelijk om te denken dat geld de grote motivator is. Dat als we het salaris maar iets verhogen, mensen vanzelf hun contract uitbreiden. Maar de realiteit is weerbarstiger. Uit de poll blijkt dat een hoger salaris voor veel zorgmedewerkers niet de doorslaggevende factor is. Dat zet de gangbare aanpak op zijn kop.
### Wat de poll ons echt vertelt
We vroegen zorgmedewerkers wat hen zou overhalen om meer uren te werken. Het antwoord was verrassend eenduidig. Slechts een klein deel noemde salaris als belangrijkste reden. In plaats daarvan kwamen andere factoren naar voren die veel meer zeggen over de dagelijkse praktijk in de zorg.
- **Werkdruk en administratieve lasten** – Veel medewerkers geven aan dat de zorg voor cliënten onvoldoende centraal staat door de berg aan administratie.
- **Roosters en flexibiliteit** – Een vast ritme is voor veel mensen belangrijker dan een hoger uurtarief.
- **Gezondheid en energie** – Zwaar werk eist zijn tol; wie elke dag fysiek en mentaal aan het uiterste zit, heeft simpelweg geen ruimte voor extra uren.
- **Thuisbasis en mantelzorg** – Een groot deel van de zorgmedewerkers combineert het werk met zorgtaken thuis of een gezin.
Deze uitkomsten sluiten aan bij breder onderzoek in Nederland. Het is niet zo dat zorgmedewerkers ontevreden zijn met hun salaris, maar ze wegen hun keuze voor uren af tegen hun totale welzijn. En dat is een boodschap die leidinggevenden serieus moeten nemen.
### De hardnekkige deeltijdcultuur in cijfers
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt al jaren bij hoeveel zorgmedewerkers in deeltijd werken. Het beeld is opvallend stabiel. Zeker twee derde van de zorgmedewerkers werkt minder dan 36 uur per week. En dat aandeel daalt nauwelijks, ondanks alle inspanningen.
Waarom is dat zo hardnekkig? Het antwoord ligt in de structuur van de sector. Zorg is bij uitstek een sector met veel vrouwen, en nog altijd is de verdeling van zorgtaken thuis ongelijk. Daarnaast zijn de werktijden vaak onregelmatig. Vroege diensten, late diensten en weekendwerk maken het lastig om een strak schema te combineren met een gezin.
### Wat wél werkt
Als salaris niet de sleutel is, wat dan wel? De poll en eerdere gesprekken met zorgmedewerkers wijzen op een aantal concrete oplossingen die veel meer effect kunnen hebben dan een paar euro extra per uur.
Een van de meest genoemde wensen is meer zeggenschap over het rooster. Medewerkers die zelf hun diensten kunnen plannen, blijken veel vaker bereid om extra uren te draaien. Het geeft ze het gevoel dat ze controle hebben over hun eigen tijd. Dat weegt zwaarder dan een vast bedrag op de loonstrook.
Daarnaast speelt de werksfeer een grote rol. Teams waarin mensen elkaar steunen en waarin er ruimte is voor een praatje, kennen minder verzuim en meer betrokkenheid. Wie zich gewaardeerd voelt door collega's en leidinggevenden, kijkt anders naar een extra dienst.
### Een andere kijk op urenuitbreiding
Misschien is het tijd om het gesprek niet langer te voeren over 'waarom werken jullie niet meer?' maar over 'wat hebben jullie nodig om meer te kunnen?'. Dat is een subtiel maar belangrijk verschil. Het eerste gesprek legt de verantwoordelijkheid bij de medewerker, het tweede bij de organisatie.
Zorginstellingen die hier serieus mee aan de slag gaan, zien vaak verrassende resultaten. Soms blijkt een kleine aanpassing in het rooster al genoeg. Of het verminderen van administratieve taken. Of het aanbieden van bijscholing die medewerkers energie geeft in plaats van uitput.
De uitslag van de poll is daarmee geen tegenvaller, maar een kans. Een kans om het beleid te herzien en te luisteren naar wat er werkelijk speelt. Want als we de zorg toekomstbestendig willen maken, hebben we alle uren hard nodig. Maar dan wel op een manier die past bij de mensen die het werk doen.