Antoni van Leeuwenhoek-therapie afgewezen: wat betekent dit voor academic pharma?
Margriet Bos ·
Luister naar dit artikel~3 min

Het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis ontwikkelde een therapie tegen uitgezaaide huidkanker, maar het EMA wijst deze af. Wat betekent dit voor de toekomst van academic pharma?
### Een revolutionaire therapie die niet door de deur komt
Stel je voor: een veelbelovende therapie tegen uitgezaaide huidkanker, ontwikkeld door het gerenommeerde Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam. Je verwacht dat zo'n innovatie met open armen wordt ontvangen. Maar niets is minder waar. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) heeft de therapie afgewezen. De reden? Het klinische onderzoek zou niet aan de eisen voldoen. En dus blijft de vraag hangen: is het middel wel effectief en veilig genoeg?
Dat is balen, vooral voor de patiënten die hoopten op een nieuwe behandeling. Maar het roept ook een grotere vraag op: wat betekent deze afwijzing voor de toekomst van 'academic pharma'? Oftewel, medicijnen die niet door grote farmaceuten worden ontwikkeld, maar door academische ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen.
### Waarom de afwijzing?
Het EMA is streng. En dat is terecht: voordat een medicijn op de markt komt, moet bewezen zijn dat het werkt en veilig is. In het geval van deze therapie vond het EMA dat het klinische onderzoek niet voldeed aan de eisen. Wat precies ontbrak, is niet helemaal duidelijk, maar vaak gaat het om zaken als: te weinig deelnemers, geen goede controlegroep, of onvoldoende bewijs van werkzaamheid.
Voor patiënten is dat frustrerend. Ze zien een potentieel middel voorbijkomen, maar kunnen er niet bij. Voor de onderzoekers is het een flinke tegenslag. Jaren werk, en dan dit.
### Academic pharma: de uitdagingen
Academic pharma is hot. Steeds meer ziekenhuizen en universiteiten ontwikkelen zelf medicijnen, vaak voor zeldzame ziekten of specifieke patiëntengroepen waar grote farmaceuten zich niet aan wagen. Het idee is mooi: innovatie vanuit de wetenschap, dichter bij de patiënt.
Maar er kleven ook nadelen aan. Academische instellingen hebben nu eenmaal minder ervaring met het opzetten van grootschalige klinische trials. Ze missen de financiële middelen en de expertise om aan alle regelgeving te voldoen. En dus sneuvelt er wel eens een veelbelovend project.
### Wat betekent dit voor de toekomst?
De afwijzing van deze therapie is een wake-upcall. Willen we dat academic pharma een serieuze speler blijft, dan zal er iets moeten veranderen. Meer samenwerking met de industrie? Meer overheidssteun? Of misschien wel een ander beoordelingskader voor academische innovaties?
Feit is dat we niet zonder kunnen. Academic pharma vult een gat in de markt. Het brengt therapieën voort die anders nooit het daglicht zouden zien. Denk aan gentherapieën voor zeldzame ziekten, of gepersonaliseerde behandelingen op basis van iemands DNA.
> "We hebben academic pharma nodig om vooruit te komen. Maar we moeten wel zorgen dat het speelveld eerlijk blijft." – aldus een betrokken onderzoeker.
### Conclusie
De afwijzing van de Antoni van Leeuwenhoek-therapie is teleurstellend, maar niet onoverkomelijk. Het laat zien dat de weg van lab naar patiënt hobbelig is. Zeker voor academische instellingen. Toch is het belangrijk dat we blijven investeren in deze vorm van geneesmiddelenontwikkeling. Want uiteindelijk draait het allemaal om één ding: patiënten de beste zorg bieden. En soms betekent dat dat we moeten leren van een tegenslag.